is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rivier twee goede sampans te verkrijgen. Eerst hadden zij drie dagen verbruikt, om bij een paar andere pangkalans naar sampans te zoeken.

Ik vond mijn vijf lieden in weinig opgewekten toestand. Zij beweerden iederen nacht door Poenans verontrust te zijn en dan herhaaldelijk te hebben moeten schieten, om dezen om hun bivouac sluipenden vijanden ontzag in te boezemen. Hoewel ik reeds de ervaring had opgedaan dat de verhalen omtrent Poenans gewoonlijk zeer sterk zijn overdreven, zoo geloof ik toch wel, dat er nu hiei inderdaad Poenans zich in de bosschen ophielden. Immers ik had reeds aan de Mëlawi van verschillende zijden vernomen, dat kort geleden zes Poenans waren gesneld door Dajaks van de Djoloi in de Siang-Moeroeng-streek, welke laatsten insgelijks tot den

o-rooten stam der Ut-JJanoms

o

behooren. De Poenans hadden zich nu, volgens het verhaal, in verschillende troepjes in de bosschen van het gebergte, dat het dal van de

o 1

Mélawi van dat der rivieren van Zuid-Borneo scheidt, genesteld, uitziend naar een

p-oede kans om wraak over ö

dien moord te nemen. Trouwens, zoo bekend is de onveiligheid van het verblijf aan de pangkalan Témangooi, dat hier door de herhaaldelijk van de Samba naar de Mélawi heen en weer reizende Dajaks een vluchtpondok op

mlpn ic «Tphnnwrl

die mogelijk maakt, dat men zich gemakkelijk tegen nachtelijke

aanvallen kan verdedigen.

Natuurlijk hadden mijne lieden ook deze vluchtpondok tot

Fie

66. Vluchtpondok bij de Pangkalan Oloe Tëmangooi.