is toegevoegd aan uw favorieten.

Borneo-expeditie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38I

vrij aanzienlijken afstand van het contact, basische uitscheidingen, rijk aan biotiet, hier en daar ook rijk aan toermalijn en amphibool, in den graniet voorkomen. Deze zijn insgelijks sterk afgeplat en vormen ruwe lagen of platen, die in groote trekken evenwijdig verloopen met het vlak van contact tusschen den intrusieven graniet en de hem omgevende grauwacke-lei.

Voor een deel heeft men hier echter niet met producten van differentiatie en splitsing van het graniet-magma, maar met schollen van het nevengesteente te doen, die in den graniet zijn ingesmolten en daarbij sterk zijn gemetamorphoseerd. Het is zeer wel mogelijk, dat door insmelting van schollen van het nevengesteente de graniet ook in ons gebied lokaal is gemodificeerd.

Ono-eveer 2li, KM. beneden Toenbang Lamihooi komt aan de oevers olivien-hyperstheen-noriet in den gneisachtigen graniet voor, terwijl meer stroomafwaarts eenige heuveltjes van olivienp-abbro de eentoonigheid van het graniet-terrein verbreken.

Opmerking verdient, dat beneden Toembang-Karang de sporen van de reeds genoemde bandjir veel heviger waren geworden. De hooge boomen, waarmede de meeste dezer eilanden begroeid zijn T waren grootendeels afgebroken en platgeslagen en al de lagere boomen en struiken waren eveneens in stroomafwaarts gekeerde richting gebroken en gebogen en met grint, zand en slib bedekt en het geheel geleek zeer in het groot op een dooiwind en zwaren regen platgeslagen en bemodderd korenveld. Bij de scherpe bochten der rivier verkreeg men een beeld van hetgeen de rivier gedurende die bandjir in haar woeste vaait had meegesleept en wat door haar als projectielen voor nieuwe verwoesting was gebruikt. Ik zag daar namelijk herhaaldelijk ophoopingen van eenige dozijnen zware boomstammen, die, gedeeltelijk nog niet geheel van hun kroonen beroofd, tot 20 M. boven den tegenwoordigen waterstand tegen de hellende en met woud bedekte oevers waren opgeperst, waardoor in het woud zelf een groot gat was geslagen, en zich een in waarheid onontwarbare chaos van levend en dood hout had opgestapeld.