is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onmiddellijk naar Singapore uitgevoerd, hier door Chineesche handelaren worden verkocht voor prijzen , waarin de afstand van Europa niet terug te vinden is. Vooral bij de eerste expeditie verbaasde het ons hier Europeesche parapluies te koopen voor ƒ1.375, die wel beter voor zonnescherm dan voor bescherming tegen tropische buien te gebruiken waren wegens het dunne overtreksel, maar

overigens met dunnen steel en bamboe handvat licht en keuris

Ö

waren afgewerkt. Eenvoudige sieraden als vergulde armbandjes voor bazarprijzen, vingerringetjes met verscheidene gekleurde steenen in nette glazen doosjes voor f 1 per dozijn gaven ons een treurige getuigenis, hoeveel arbeid er in Europa moet worden verricht voor eene zeer geringe belooning.

Daar de behoeften der Dajaksche bevolking gering zijn en hunne koopkracht niet groot, zoo kan de handel met hen niet velen onderhouden en moeten de vele Maleiers, die van de benedenstreken langzamerhand naar beneden getrokken zijn, hoofdzakelijk leven van de opbrengst der boschproducten. Reeds sedert jaren moesten deze echter uit de verste streken worden verzameld en daar was de voorraad zoo beperkt, dat niet allen daarin meer een onderhoud vonden. Om in dien dreigenden nood te voorzien werd gedurende mijn laatste verblijf aan den Mendalam de Kapoewas opengesteld, om er goud te wasschen uit het rivierzand, wat wel niet veel oplevert, maar toch voldoende, om aan een huisgezin een matig bestaan te verschaffen , vooral omdat ook vrouwen en kinderen dit werk kunnen doen. Daar de omwonende Dajaksche stammen zich in hunne rechten hierdoor wat bekort waanden, zoo eischte deze maatregel nog al beleid en handigheid van den controleur en het werd dan ook niet verder toegestaan dan tot de monding van den Kréhan.

Dergelijke rechten op de voortbrengselen van het land worden ook bij het verzamelen van boschproducten in aanmerking genomen en volgens het gebruik komt aan het betrokken Dajakhoofd 10 % toe van de opbrengst. Aan den Boven Kapoewas zijn de aanspraken op landstreken door het heen- en weertrekken der bewegelijke stammen zoo ingewikkeld geworden, dat het binnenlandsch bestuur zich nu met de heffing van het recht belast en de opbrengst ver-