is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar hand op den arm van Oelow en troonde haar zoo mede naar huis terug.

Tot in de laatste dagen had dezelfde jonge vrouw voor mij eene aandoening verzwegen, welke zij meende, dat haar in mijne achting afbreuk zou doen, hoewel ik die bij verscheidene anderen genezen had. Bij hare komst kon er van eene afdoende behandeling echter geen sprake meer wezen.

Op nog een gebied gebood de voorzichtigheid den Kajans te zwijgen, en wel over alles, wat zich in de verte liet verbinden met aangelegenheden die het civiel bestuur aangingen. Vooral Akam Igau, van wien ik mij overtuigd hield en soms gemerkt had, dat hij van alles volkomen op de hoogte was, leende zich slechts hoogst zelden en dan onder vier oogen tot een politiek gesprek.

Een paar maal was het mij reeds overkomen, dat ik mijne ooren niet had kunnen gelooven bij de uitingen van enkele Dajaks in een onbewaakt oogenblik. Eens roeide er een mij van zijn huis naar Poetoes Sibau terug en in die omstandigheden tot vertrouwelijkheid verlokt, gaf hij mij over het karakter van den controleur en over de motieven zijner handelwijze tegenover inlanders psychologische opmerkingen ten beste, die weinig Europeanen hem zouden verbeterd hebben. Van een ander hoorde ik een uitleg van de verhouding tusschen den resident van Pontianak, den assistent-resident te Sintang en den controleur te Scmitau en deze liet ook aan juistheid niets te wenschen over. Officiëele handelingen, om elkaar vliegen af te vangen, bleken ook in deze afgelegen streken voor de meer intelligente personen geen geheim te wezen en inderdaad bij het weinige, dat men mij te hooren gaf, moet er in de inlandsche maatschappij der W ester-Afdeeling weinig onbekend wezen noch van motieven van het bestuur, noch van het karakter van personen, die er mede in verband staan. Komt men langduriger met inlanders in aanraking, dan moet het in die omstandigheden een dwaasheid wezen, zich anders te geven als men is, of hen in een ander opzicht om den tuin te willen leiden. Zij laten nooit na, gezegden en handelingen bij voorkomende gelegenheid te toetsen en beschikken daarbij dikwijls over een geoefend geheugen, zooals in onze schrijvende maatschappij weinig voorkomt.