is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor. Het eerst werd ik daarop opmerkzaam in de nabijheid van Semitau, waar het geheel naakte bovenlijf zich beter voor bezichtiging leende dan in Sambas. In een kampoeng bij den berg Kënëpai liepen wel een tiental jonge moeders met kinderen om ons heen, wier buik niets bijzonders vertoonde, terwijl slechts het wat meer gevuld zijn der borsten te kennen gaf, dat zij haar eigen kinderen zoogden. Hetzelfde deed zich voor onder Oeloe-Ajar Dajaks aan den Mandai, waar ik gedurende een verblijf van zes weken onder geen der jonge moeders rekkingssporen kon ontdekken en eens eene jonge vrouw hare twee kinderen van verschillenden leeftijd tegelijk zag zoogen met eene gestalte, die maar zeer weinig afweek van die eener kinderlooze vrouw.

Onder de vrouwen der Bahau's gingen deze processen minder spoorloos voorbij en velen onder haar verschilden in dit opzicht niet van het blanke ras, maar als een voorbeeld uit velen diene een vergissing, die mij overkwam onder de anders niet bloeiende vrouwen der Bloeöe Kajans. Reeds meermalen had ik eene jonge vrouw onder behandeling gehad en haar altijd voor kinderloos gehouden, tot zij op een zekeren dag een driejarig dochtertje medebracht en mij op mijn eenigszins verwonderde vraag te kennen gaf, dat er nog een jonger kind van haar gestorven was. Ook daarop kon ik bij nauwkeuriger toezien slechts aan de areolae en tepels van de borst iets vinden, dat tot een besluit in die richting zou gewettigd hebben. Ook op dit zeer lichtgeel individu was geen spoor van verkleuring in het gezicht of op de linea alba te zien, gelijk ik dat ook nooit bij Dajaksche vrouwen heb opgemerkt. Zij zelve ontkennen trouwens zulk eene pigmentatie. Evenzoo wijzen een paar andere verschijnselen op groot weerstandsvermogen der huid: de afwezigheid van niet parasitaire huidziekten en van aandoeningen, die haren oorsprong danken aan eene vertraging van den bloedsomloop, vooral aan de beenen. Aderuitzettingen ontbreken onder de Dajaks trouwens niet.

Aan parasitaire huidziekten ontbreekt het daarentegen niet en bij sommige stammen is het voorkomen dezer meestal schilferende aandoeningen zoo veelvuldig, dat het voor een Europeaan zeer onaangenaam is, om aan te zien. In het Maleisch onderscheidt men op