is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikt hadden, onderscheidden zich door de witte velden harer taü, welke zij gedurende de geheele nieuwjaarsfeesten droegen.

Behalve door de kostbaarheid der stoffen munt tegenwoordig de feestkleedij der Kajan-vrouwen weinig meer uit, zeer in tegenstelling met de vrouwen aan den Mahakam, die slechts eenvoudige effen of gebloemde katoentjes ter beschikking hebben, maar daarmede door het aanbrengen van fraaie uitgeknipte figuren op hare taü en basong en door ze te borduren met verschillend gekleurd katoen, een heel wat eigenaardiger en verdienstelijker effect bereiken.

De borst- en buikbedekking der priesteressen dragen alle vrouwen der Bahau's, zoodra de zwangerschap uitwendig zichtbaar begint te worden; het stuk doek (djad boetit) nemen zij dan zoo breed, dat het ook de borsten nog bedekt. Vooral in de laatste maanden geeft het aan de buikbekleedselen door vast omknoopen een grooten steun; na de bevalling leggen zij den djad boetit spoedig af, maar gaan voort nog vele maanden met een smalleren doek (djad oeso) de borsten te bedekken. Naar mij verteld werd, gebruiken de vrouwen in het stamland Apoe Kajan deze borstbedekking voortdurend, zoodra de borsten zich beginnen te ontwikkelen, maar loopen overigens in hare woning zonder verdere kleeding. Deze vrouwen schamen zich niet voor hetgeen zij mede ter wereld brachten, maar wel voor hetgeen zich later ontwikkelde.

De ringen en hangers in de ooren der vrouwen hebben denzelfden vorm als die der mannen, maar de eersten laten zich in de eigenlijke oorschelp geen gaten aanbrengen.

Wanneer de Kajans van beide seksen zich uitdossen voor een feest, besteden zij een eigenaardige zorg aan de aangezichtsharen, zoowel de wenkbrauw- als de oogharen worden met zorg uitgetrokken door middel van tangetjes. Is bij sommigen de knevel- en baardgroei ontwikkeld, dan behoort het ook tot den goeden toon deze af te scheren, hetwelk geschiedt met hun gewone mesje zonder water of zeep. De mannen verwijderen in den regel oksel- en schaamharen niet, wel de vrouwen.

Het hoofdhaar strijkt men zonder verdere verzorging naar achteren; men houdt er echter uit bamboe gesneden kammen op na, om het te ontwarren. Vooral bij de vrouwen stelt men het bezit van lang