is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kawans lmwen (ngahawa') veelal onderling. maar een verbintenis met vrije Kajans behoort niet tot de zeldzaamheden; volgens de uitdrukking huwen deze dan in de amin aja (groote woning) en zij nemen daarbij de verplichtingen van een lijfeigene op zich; volgt er scheiding, dan treedt de vrije in zijn vroegeren stand terug, terwijl de aanwezige kinderen gedeeltelijk den vader, gedeeltelijk de moeder volgen; regels hiervoor heb ik niet kunnen opsporen. Als eigenlijk bezit van den stam worden de kawans nooit verdeeld en slechts zelden staat men hun toe te huwen met personen buiten het huis.

Het hoofd straft verder hen, die zich hebben schuldig gemaakt, aan overtreding van het gewoonterecht; de straffen bestaan bijna uitsluitend in het opleggen van boeten, welke gedeeltelijk dienen om de benadeelde partij schadeloos te stellen, gedeeltelijk aan het hoofd vervallen. Naar het meer of minder opleggen van boeten beoordeelt men vooral een hoofd en mocht liij hierbij blijken geven van hebzucht, dan is het gevaar voor het verspelen der volksgunst zeer groot.

Vóór de beslissing valt, moet de zaak eerst van alle kanten bekeken worden en niet alleen door hem zelf, maar de betrokken partijen en de geheele bevolking van het huis, de lijfeigenen en vrouwen incluis, hebben het recht zich er over in eene vergadering te uiten. Zulk een vergadering laat het hoofd samenroepen in overleg met de voornaamste vrije Kajans, mantri's, in den regel vrij bejaarde mannen, welke het hoofd over adat-kwesties hoort en aan ieder van welken hij een deel van de te behandelen zaken opdraagt. Deze mantri's, welke in aantal zeer verschillen, waken voor het handhaven van het gewoonterecht, oefenen dikwijls een beslissenden invloed op den gang van zaken uit en vormen de uitvoerende macht in de Kajan-gemeenschap. Dit laatste is echter niet zoo gemakkelijk, want de vrije Kajans genieten een groote vrijheid van zich te gedragen zooals zij willen, en hebben tegenover het hoofd geene andere verplichting, dan hem voor iedere bijzondere bewerking van het rijstveld een dag te helpen, verder by het maken of het uit het bosch sleepen van booten en bij het bouwen of herstellen van de hoofdwoning.