is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gedeelte van den oogst op, dan het bij de groote uitgestrektheden zeer moeilijke omheinen te beginnen.

Behalve deze richten apen en vogels de meeste schade aan; vooral drie soorten rijstdiefjes bewegen zich bij het rijpen van den rijst in zwermen over het veld. Slechts met roepen en het slaan op bamboe, weten de Bahau's zich gedeeltelijk tegen deze te beschermen.

Bij het oogsten wordt de rijsthalm met een eind van den stengel afgesneden, waarvoor de vrouwen haar gewone huishoudmesje gebruiken. In dien vorm draagt men het graan naar huis, waar het 's avonds reeds met de voeten wordt uitgetreden op groote matten, wat ons dorschen vervangt. De afgezonderde korrels bewaart men in manden, of bij groote hoeveelheden in cylinders van boombast, waarvoor stukken van 1 a 2 M. breed in de lengte omgebogen en met de einden aan elkaar gehecht dienst doen als wand, die op een ronden bodem van hout of schors met rotan wordt bevestigd.

Bij het bewerken der rijstvelden, evenals bij het uitvoeren van andere groote werken, vereenigen zich de bewoners van een huis, in de huisgezinnen, als zij talrijk genoeg zijn, in groepen van 5 en meer of alleenstaanden met elkander. Deze verrichten gezamenlijk hunnen arbeid (pala dow). Wanneer het veld van den een moet worden toebereid, tijgen zij er met hun allen heen en werken tot het af is. De eigenaar komt dan bij de helpers voor zooveel werkdagen in schuld, die hij met werken op dezelfde wijze inlost.

Met de hulp van anderen bebouwt ook het hoofd zijne velden; hij heeft tot zijne beschikking den arbeid zijner slaven, wat voldoende is voor gewone werkzaamheden, maar voor drukke tijdperken van den rijstbouw roept hij ook de vrije Kajans te hulp, die verplicht zijn bij het boschkappen, bij zaaien, bij wieden en bij het oogsten een of twee dagen telkens voor den kost te werken. In den regel roept hij uit ieder huisgezin één man op en heeft weinig middelen om nalatigen te dwingen.

Zijn zijne velden gereed, dan staat hij ook anderen bij.

Daar de Kajans geheel en al landbouwers zijn, staat hun eeredienst in nauw verband met den rijstbouw en de groote godsdienstige feesten van het jaar vallen op het begin der verschillende werkzaamheden. Deze worden onderscheiden in nebas (houtkappen), noe-