is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen het nog al pijn bleek te doen. Maar gelukkig hielp deze dosis; de lijder gevoelde zich den volgenden dag veel beter, had geen last van de hoeveelheid chinine en zoo kostte het mij niet te veel overwinning op mijzelf, om de inspuiting 's avonds te herhalen, omdat de temperatuur dien dag weer steeg van bijna normaal tot bij de 39°. Den 27sten 's morgens gaf de thermometer geheel normale hoogte der lichaamstemperatuur aan en, bij de afwezigheid van verschijnselen van chinine-intoxicatie, belette ik haar met een derde onderhuidsche dosis van 1 gr. dien dag en voor het vervolg weer te stijgen. Deze 3^ gr. murias chinini in oplossing veroorzaakte hier slechts wat oorensuizen en lichtheid in 't hoofd, maar redde den patiënt en ons gelukkig van groote moeielijkheden.

De beide eerste dagen van ons verblijf hier gebruikten de Kajans om mijne goederen alle naar ons kampement te brengen, en aangezien er voorloopig van voorttrekken met von Berchtold nog geen sprake wezen kon, zoo besloten wij, dat de goederen bij gedeelten vooruit zouden gebracht worden en dat wij Europeanen later zouden volgen.

Den 27stcn echter meenden de Kajans een vrijen dag te mogen nemen, waar iets voor te zeggen viel na zooveel dagen harden arbeid en met hetzelfde in het vooruitzicht. Hun wijze van handelen , om gedeeltelijk zonder mijn voorkennis het bosch in te trekken, beviel mij echter niet erg en ik kon niet nalaten, Akam Igau mijne verontwaardiging daarover mede te deelen. Hij verhaalde daarop, hoe de Bongan Dajaks aan den Boven-Boelit dezen met toeba zouden afvisschen en de zijnen daardoor niet te houden waren geweest.

Zij hoorden van dit feest van de Bongan Dajaks, die sedert twee dagen in ons kampement een bezoek brachten. Het waren eigenaardige schepsels; de mannen lange, magere, maar sterk gespierde gestalten, de vrouwen daarentegen klein, tenger en slecht gevoed. Allen bijna waren behept met loesoeng en onder hen kwamen velen tot mij met zeer ver gevorderde vormen van syphilis.

Hun kleeding en tatouage geleken op die van den Boven-Mahakam, terwijl hun bewapening vooral uit blaaspijp en zwaard bestond. Zij verbouwen wat rijst, maar leven daarnaast van de op-