is toegevoegd aan uw favorieten.

In Centraal Borneo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

randen van dezen laatsten ons het beste uitzicht over de omgeving verleenen en bovendien verklaarde het volksbijgeloof hem niet boeling of verboden. Als gids vonden wij een ouden Boekat van Pagong, die vroeger jaren in deze streken geleefd had en, goed gewapend tegen zijne hier zwervende stamgenooten, togen wij er met een zestal op uit.

Het begin stelde zich gemakkelijk genoeg in; eerst langs den rug van de waterscheiding, en door een vlak zadel tusschen de Boekit. Antara naar den wat hoogeren Apoon vormde de bestijging slechts een aangename wandeling, zoodat zich zelfs de gelegenheid opende, om ook iets van de omgeving in het bosch te zien. Anders eischt het loopen in deze wouden voortdurende oplettendheid, waar men den voet zet en alle belangstelling in iets, wat hooger groeit, dreigt men met een val te boeten. Hier echter vervolgden wij onzen weg tusschen fraaie hooge boomen, wier wortels niet boven den grond uitstaken en kleine rotanplanten vormden het lichte onderhout.

Na een klein uur begon echter de vulkaan zijne rol te spelen en veranderde het tooneel om ons geheel en al. Zoodra zijn wand door de rotan schemerde, begon de grond sterk te stijgen en nog een pas of wat verder kon ons gezelschap het hart ophalen aan een klimpartij, als ook in het bergland van Borneo niet alle dagen voorkomt.

Reeds vroeger kwam ons van verre de berg zeer steil voor, nu wij er op liepen en tegen aan hingen, bleek de graat van boven zeer smal te wezen. Evenals reeds eenmaal op den vulkanischen Simëdoem op de Westkust, was hij op sommige plaatsen slechts de dikte van een grooten boom breed, wiens wortels den eenigen steun uitmaakten om verder te komen en een soort van netwerk vormden om de losliggende steenen van den graat, die, sterk verweerd door wind en regen, anders reeds lang in de diepte verdwenen zouden zijn. Gedurende de geheele beklimming bleken de wortels van den bedekkenden plantengroei de oppervlakte van het losse vulkanisch gesteente bij elkaar te houden. Bij aanraking verschoven de stukken zich dikwijls als in een zak. Door de eigenaardigheid der Indische vulkanen, die bijna nooit lavastroomen uitwerpen , maar uit losse tuffen bestaan, wordt de rol van den bedek-