is toegevoegd aan uw favorieten.

Kunstnijverheid in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Der Künste heilige Magie Dient einem weisen Weltenplane Still lenke sie zum Oceane Der grossen Harmonie.

Schiller.

Denken wij ons de economische bestaansmogelijkheid in deze landen van bedrijven, welke zijdelings of rechtstreeks verband houden met kunst, d.w.z. waarbij de keuze van vorm, kleur, of andere sier het karakter bepalen, dan kunnen wij wat de waarde van slechts enkele artikelen betreft reeds zeer belangrijke cijfers noemen.

In het onlangs verschenen tweede deel van de nieuwe uitgave der Encyclopaedie voor Nederlandsch-Indië vinden wij als waarde van eenige ingevoerde artikelen in het normale jaar 1913: manufacturen, garens, kleederen en modewaren, enz. ƒ 128.895.000

aardewerk » 6.126.000

kramerijen en lampen „ 7.879.000

Om van andere goederen maar niet te spreken vormen deze ruim 140 millioen gulden toch reeds een zeer aanmerkelijk bedrag, waarvan het de moeite zou loonen om te trachten een deel daarvan in het land te houden.

Doch, zelfs al zou men daarvan afzien, dan zou, met den Heer van Reygersberg Versluys aannemende dat de behoeften van de bevolking hoofd voor hoofd in de volgende 25 jaren zullen verdubbelen en rekenende met een belangrijke aanwas der bevolking bovendien, en het feit dat juist de genoemde artikelen in die verhooging sterk betrokken zullen zijn, het reeds zeer de moeite loonen om te trachten dien te verwachten aangroei te veroveren voor de inheemsche industrie.

Er is onder de ingevoerde textiele goederen een soort goed, dat ons allerminst sympathiek kan zijn. Ik bedoel de.namaak-batik. De invoer daarvan voor den oorlog bedroeg omstreeks 4000000 stuks per jaar (saroengs, slendangs en hoofddoeken).

Kan men de concurrentie door de synthetische indigo der inheemsche productie aangedaan beschouwen als „fair competition",