is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar volgende op dat der verkrijging van de nalatenschap of van de schenking, daaruit worden getrokken — zelfs bijaldien de boedel onverdeeld mocht blijven — wel onder de inkomstenbelasting. (Zie ook art. 959 e. v. Burgerlijk Wetboek)

Zoo zal dus ook iemand, die eene lijfrente uit eene nalatenschap ontvangt, voor het bedrag daarvan wel belastingplichtig zijn omdat deze valt onder de lijfrenten bedoeld sub letter e.

27. niet in dienstbetrekking worden genoten. Worden de schenkingen wel in dienstbetrekking genoten dan is de begiftigde daarvoor belastingplichtig b. v. een hofmeester voor de fooien die hij ontvangt. Ook de gratificatiën die op sommige ondernemingen den employes na afloop van den oogst of met Nieuwjaar geschonken worden vallen hieronder.

28. uitkeeringen in eens. Hieronder vallen alle soorten van verzekeringsuitkeeringen, dus ook die van levensverzekering. (S. T.

121.)

Uitkeeringen voortspruitende uit eene z. g. studieverzekering , waarbij een bepaald bedrag in eenige jaartermijnen wordt ontvangen,

mogen niet als inkomen worden aangemerkt. (S. T. 112)

29. of andere bevoordeelden. Bijgevoegd door de wijziging der ordonnantie in Stbl 1909 No 490. Hieronder te verstaan b.v. de weduwe bij een contract van levensverzekering dat haar man op zijn leven heeft gesloten.

30. winsten behaald door de waardevermeerdering van vermogen enz. Ook in Nederland worden de speculatiewinsten belast alleen voor zoover zij uit het bedrijf verkregen worden. [Zie ook sub No 90]

Grondspeculatien. Winsten behaald met het koopen en verkoopen van onroerende goederen, buiten bedrijf, moeten worden aangemerkt als winsten door waardevermeerdering van vermogen, ontstaan enkel uit belegging van het kapitaal in goederen, en zijn derhalve niet belastbaar op grond van de bepaling in § 2, laatste alinea.

(S.T. 122.)

Artikel 4.

Het inkomen bedoeld in § 1 sub a van het vorig artikel, inkomen uit omvat al hetgeen den belastingplichtige, krachtens eigendom onroerende bezit of eenig ander recht, 31) van de opbrengst van é°ederenonroerende goederen ten goede komt.