is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te houden met de talrijkheid van het gezin, welks onderhoud ten zijnen laste komt en op het bedrag der belasting eene reductie toe te staan. De vraag in wélke gevallen reductie zal worden verleend, is daarbij in de eerste plaats beantwoord naar de regeling van het Indisch Burgerlijk Wetboek, terwijl voorts niet over het hoofd is gezien, dat er gevallen zijn, waarin iemand, zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn, een kind als zijn eigen kind onderhoudt en opvoedt.

De bepaling sub b heeft het oog op aangenomen kinderen wier onderhoud en opvoeding, zooals bij eigen kinderen het geval is, ten laste komen van den belastingplichtige. (S. T. 173).

Men mag den aftrek toepassen onverschillig waar de personen, die men onderhouden moet, zich bevinden.

Iemand, wiens vrouw en kinderen in Nederland zijn, heeft dus, ongeacht den aftrek wegens toelage voor zijne familie (No. 116), recht op de vermindering bedoeld in art. 12.

Een zoon, die zijn behoeftigen. vader onderhoudt, heeft slechts aanspraak op verminderdering van zijnen aanslag met 3 %, niet op aftrek van hetgeen hij aan dien vader verstrekt. Wonen beiden in Indië, dan wordt de vader voor de uitkeering niet belast (zie ook artikel 3, letter e en 8, slot). (S. T. 171).

121. ingevolge de artikelen. De hier bedoelde artikelen van het Burgerlijk Wetboek luiden als volgt:

art. 298. Een kind, van welken ouderdom ook, is eerbied en ontzag aan zijne ouders verschuldigd.

De ouders zijn verplicht hunne minderjarige kinderen te onderhouden en op te voeden; ten aanzien van de meerderjarigen gelden de bepalingen in de derde afdeeling van dezen titel voorkomende.

art. 321. De kinderen zijn verplicht hunne ouders en andere bloedverwanten in de opgaande linie, wanneer zij behoeftig zijn, te onderhouden.

art. 322. Schoonzoons en schoondochters moeten insgelijks, en in dezelfde gevallen, aan hunne schoonouders onderhoud verschaffen, doch deze verplichting houdt op:

le. wanneer de schoonmoeder tot een tweede huwelijk is overgegaan;

2e. wanneer diegene der echtgenooten, door wien de zwagerschap bestond, en de kinderen, uit deszelfs huwelijks-vereeniging met den anderen echtgenoot gesproten, overleden zijn.

art. 323. De verplichtingen, welke uit de bepalingen der twee voorgaande artikelen voortvloeien, zijn wederkeerig.

art. 328. Natuurlijke en wettelijk erkende kinderen zijn onderhoud aan hunne ouders verschuldigd.

Deze verplichting is wederkeerig.