is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of meer der liquidateuren hier te lande wonen nog een andere weg open om op indirecte wijze het den Lande toekomende te innen. Art. 29 verbiedt uitdrukkelijk aan liquidateuren uitkeeringen te doen alvorens al de verschuldigde inkomstenbelasting is voldaan. Het handelen in strijd hiermede is eene onrechtmatige daad, waardoor den Lande schade is toegebracht, omdat het daardoor in de onmogelijkheid is gesteld de verschuldigde belasting c.a. te verhalen, zoo dat volgens art. 1365 B. W. de bedrijvers van die daad tot schadevergoeding kunnen worden aangesproken (D.B.)

Eene naamlooze Vennootschap houdt niet op te bestaan door het samen komen van alle aandeelen in een hand.

Arr. Hoog Gerechtshof van N. I. van 23 September 1909 (opgenomen in dl. 94 blz.34 e. v. van het Recht in Nederlandsch-Indie).

Artikel 16.

Berekening van de ,,overwinst" van Naamlooze Vennootschappen en andere lichamen.

Bij het bedrag der uitdeelingen in het vorig artikel bedoeld komen niet in aanmerking:

a. uitdeelingen aan in Nederlandsch-Indië gevestigdel37) beheerende vennooten, bestuurders, commissarissen, gecommitteerden en verder personeel als zoodanig.

b. uitdeelingen of uitkeeringen aan onderstand genietenden 138) in deze hunne eigenschap en aan verzekerden, voor zooveel de bedragen betreft, waarvoor verzekerd is;

c. uitdeelingen bestaande in teruggave van betaalde eontributien, 139) voor zoover zij niet geschieden door vereenigingen, die eene winkelnering of een fabriek of handwerk drijven.

Kan worden aangetoond, 140) dat in de uitdeeling tevens aflossing van kapitaal is begrepen en zoo ja, tot welk bedrag, dan wordt dat bedrag van die uitdeeling afgetrokken, totdat het geheele bedrag van het gestorte kapitaal is afgelost of afgeschreven.

Bijschrijving op en uitreiking van aandeelen of obligatiën141) worden tot het bedrag, waarvoor geen storting plaats heeft, als uitdeelingen aangemerkt.

136. Artikel 16. aldus gewijzigd bij Stbl. 1910 No. 371 en Stbl. 1913 No. 182.