is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door of van wege de belastingplichtigen binnen dertig dagen na den dag der verstrekking van het aanslagbiljet bij een bezwaarschrift, in te dienen aan het betrokken hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur of aan den voorzitter der commissie.

Als datum van inlevering wordt beschouwd de dag, waarop het bezwaarschrift, bij het bureel van het hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur of bij den voorzitter der commissie is ontvangen.

Voor het bezwaarschrift wordt desverlangd een gedagteekend ontvangbewijs uitgereikt, den datum van ontvangst vermeldende.

De termijn van dertig dagen, voorgeschreven voor de doleantie door of van wege de belastingschuldigen, is niet verbindend, indien ten genoegen van den Directeur van Financiën wordt aangetoond, dat de inachtneming daarvan door bijzondere omstandigheden is verhinderd.

Op de doleantie wordt beschikt door den Directeur van Financiën.

Indien de beslissing der commissie wordt vernietigd, stelt de Directeur van Financiën den aanslag vast, ~~4) beveelt hij, dat aan de aangifte geen verder gevolg zal worden gegeven of wijst hij de zaak terug naar de commisie om haar met inachtneming zijner beslissing te behandelen.

Wanneer de beschikking afwijzend is, wordt zij met redenen omkleed. 225)

222. Tegen de beslissingen der commissie kan worden opgekomen. De meening dat eene doleantie gegrond op een bij de invulling van het aangiftebiljet begane vergissing of gepleegd verzuim niet ontvankelijk zou zijn, is niet juist. De doleantie behoeft niet bepaaldelijk gericht te zijn tegen verkeerde toepassing of schending van wettelijke bepalingen. Art. 45 stelt de gelegenheid open om tegen alle beslissingen der aanslagcommissie, ook dan wanneer deze uit een formeel oogpunt wettelijk juist zijn, op te komen, waaruit volgt dat de Directeur van Financiën de ingediende bezwaren niet alleen zal hebben te toetsen aan de vraag of de wettelijke bepalingen wel juist zijn toegepast, doch tevens aan de andere vraag of de vastgestelde aanslag wel is in overeenstemming met het werkelijk belastingplichtig inkomen van den doleant,