is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk werd. Wanneer iemand gedurende eenig belastingjaar voor zijne huizen minder huur ontvangt dan waarop hij aan de hand der opbrengst van het voorafgaande jaar meende te kunnen rekenen, dan is dat geen buitengewone omstandigheid, indien de mindere opbrengst is te wijten aan het enkele feit dat een of meer der huizen onverhuurd zijn gebleven, alleen bij gebreke van huurders. Moet de oorzaak worden gezocht in het afbranden, het afbreken al dan niet gepaard gaande met weder opbouw, der huizen, dan is dat wel een buitengewone omstandigheid. Evenmin kan als eene buitengewone omstandigheid worden aangemerkt, als iemand gedurende eenig belastingjaar minder dividend op zijne aandeelen in naamlooze vennootschappen ontvangt, dan waarop bij de schatting van zijn inkomen naar het dividend over het voorafgaande jaar is gerekend. Daarentegen zal wel als buitengewone omstandigheid kunnen worden aangemerkt dat een rentenier zijn inkomsten ziet achteruitgaan, door verlies van vermogen, conversie of anderszins.

De in § 2 bedoelde ontheffing is afhankelijk van de volgende twee voorwaarden, dat:

a. het zuiver inkomen meer dan x/4 verschilt van hetgeen werkelijk gedurende het belastingjaar als zoodanig is of vermoedelijk zal worden genoten.

b. de overschrijding van die grens (zijnde 1/4 van het zuiver inkomen) moet kunnen worden toegeschreven aan bijzondere omstandigheden.

Blijkt derhalve bij vergelijking van het zuiver inkomen met het werkelijk genotene het verschil meer dan l/4 van het zuiver inkomen te bedragen, dan rest slechts de vraag of dat verschil d. w. z. de overschrijding van de grens van 1/4 van evengenoemd inkomen, het gevolg kan zijn geweest van een buitengewone omstandigheid. In het bevestigend geval wordt vermindering verleend tot het bedrag van de over het werkelijke inkomen verschuldigde belasting, zoodat, indien andere omstandigheden aanwezig zijn, die dat inkomen vermeerderd of verminderd hebben zij niet buiten aanmerking mogen worden gelaten, al waren zij op zich zelve niet voldoende om de toepasselijkheid van § 2 mee te brengen. (D. B.)

Uitkeeringen als bedoeld in artikel 10, alinea 3, in den loop van het belastingjaar, aan te merken als een buitengewone omstandigheid als bedoeld bij § 2. (S. T. 188).

Echtgenooten. Zeker echtpaar is gehuwd onder het beding van art. 140 B. W. Beiden werden afzonderlijk aangeslagen. In den loop van het jaar verminderd het inkomen van de vrouw door buitengewone omstandigheden.