is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij dit biljet behoort een uittreksel uit de ordonnantie, regelende de heffing der inkomstenbelasting. (Staatsblad 1908 No. 298 juncto Staatsblad 1909 No. 233 en 498 en Staatsblad 1910 No. 264, 371 en 450)

Gewest Register van uitgereikte aangiftebiljetten No.

Afdeeling Register van aanslagen No.

INKOMSTENBELASTING.

Artikel 55. Het is aan een ieder verboden hetgeen hem uit hoofde van zijn lidmaatschap eener commissie van aanslag of zijn, hetzij tegenwoordig, hetzij vroeger ambt, nopens aanslag in deze belasting, inkomsten, vermogen, uitkeeringen of uitdeelingen, bedrijf, beroep, waardigheid, bediening of betrekking of werkzaamheden van anderen gebleken of medegedeeld is, verder bekend te maken dan voor de uitoefening van zijn lidmaatschap, ambt of betrekking in dienst van het Gouvernement gevorderd worden.

Die geheimhouding behoeft echter niet in acht te worden genomen tegenover hen, die gehouden zijn om te adviseeren of te beslissen omtrent doleantiën tegen den aanslag in deze belasting.

AANGIFTEBILJET H.

in geval van liquidatie van:

lo. in Nederlandsch-Indië gevestigde naamlooze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandeelen, onderlinge verzekeringmaatschappijen en een bedrijf of een beroep uitoefenende vereenigingen (artikel 1, b, der ordonnantie), 2o. buiten Nederlandsch-Indië gevestigde naamlooze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandeelen en coöperatieve of andere vereenigingen, — andere dan verzekeringmaatschappijen — die haar bedrijf geheel of ten deele in Nederlandsch-Indië uitoefenen (artikel 1, e, der ordonnantie).

JAAR 19

Aangifte wegens de liquidatie van

Ingevolge de artikelen 28 en 29 der ordonnantie moet ingeval van liquidatie van de hierboven genoemde lichamen aangifte geschieden door de met de vereffening belaste personen of hun vertegenwoordigers in Neder1 a ndsch-I ndië:

lo. bij de ontbinding, indien te voren reeds uitkeeringen hebben plaats gehad over het jaar waarin de ontbinding geschiedt en

2o. telkens bij het overgaan tot eene uitkeering.

Na de ontbinding mogen geene uitkeeringen worden gedaan alvorens daarvan en van de vóór de ontbinding gedane uitkeeringen, over het jaar waarin de ontbinding is geschied, aangifte is gedaan en de voor een en ander verschuldigde belasting zoomede de eventueel door het ontbonden lichaam uit anderen hoofde nog verschuldigde inkomstenbelasting is voldaan. (No. 3h).