is toegevoegd aan uw favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage C. No. 21.

RONDSCHRIJVEN.

r, BATAVIA, Jen 6 Mei 1912.

Departement van

FINANCIËN.

No. 15331a

Aan in Nederland wonende physieke personen, die hier te lande een beroep of bedrijf uitoefenen, zoomede aan in Ned erland gevestigde vennootschappen en vereenigingen, welke hier te lande door tusschenkomst van gemachtigden verzekeringsovereenkomsten aangaan (vgl. artikel 1, alinea 1 sub c, d en f der ordonnantie in Staatsblad 1908 No. 298) kan volgens

artikel 37 der wet van 2 October 1893 (Nederlandsch Staatsblad No. 149) tot regeling van de belasting op bedrijfs- en andere inkomsten in Nederland, zooals dat artikel luidt ingevolge de wet van 30 December 1905 (Nederlandsch Staatsblad No. 364) op schriftelijk verzoek ontheffing worden verleend ter zake van de door hen gedurende het voorafgaand belastingjaar in Nederlandsch-Indië betaalde inkomstenbelasting.

Het verzoekschrift daartoe behoort vergezeld te gaan van de noodige bewijsstukken of gewaarmerkte afschriften daarvan.

Op grond hiervan wordt o.m. van den belanghebbende overlegging gevorderd van een gewaarmerkt afschrift van het aanslagbiljet wegens hier te lande verschuldigde inkomstenbelasting voorzien van eene (c.q. negatieve) verklaring betreffende de op den aanslag verleende ontheffingen en van eene aanteekening omtrent het bedrag der inkomsten, waarnaar de aanslag is opgelegd, terwijl de op dat afschrift voorkomende handteekeningen door de bevoegde autoriteiten moeten zijn gelegaliseerd.

Ook wordt genoegen genomen met eene afzonderlijke verklaring van de bevoegde autoriteit, waarin behalve het vorenstaande ook het bedrag van den aanslag en de data zoomede de bedragen der daarop gedane betalingen zijn vermeld.

Blijkens van den Minister van Financiën ontvangen bericht zijn echter de overgelegde verklaringen niet altijd volledig, zoodat dan nadere gegevens moeten worden gevraagd, hetgeen voor de belanghebbenden niet alleen bezwaarlijk is, doch ook de afdoening der verzoekschriften vertraagt.

Ten einde dit zooveel mogelijk te voorkomen heb ik de eer UHEdG. te verzoeken waar noodig met het vorenstaande in den vervolge rekening te willen houden en te doen houden.

De Directeur van Financiën, F. A. LIEFRINCK.

AAN

de Hoofden van gewestelijk bestuur.