is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekijken, zien wij dat de bloemen er van niet alle even ver ontwikkeld zijn, de onderste bloemen van den tros zijn verder ontwikkeld dan de bovenste. Dikwijls zijn de onderste bloemen van den tros reeds uitgebloeid en uitgevallen, terwijl aan het boveneinde van den bloemtros nog gesloten knoppen voorkomen.

De Indische Gouden Regen. Cassia fistula.

Van dezen boom, die ook wel Trommelstokkenboom of met de Inlandsche naam Tenggoelie wordt genoemd, zijn een takje met twee bladeren, een bloemtros en een vrucht op Plaat IX, Fig. 2, afgebeeld.

De Indische Gouden Regen is een lage of middelmatig hooge boom die in den Oostmoesson haar bladeren vallen laat en zich bij het doorkomen van den Westmoesson met frisch nieuw loof en talrijke sierlijke, hangende, goudgele bloemtrossen siert. De bloemen zijn eenigszins welriekend, de bloemblaadjes blijven, nadat de meeldraden reeds afgevallen zijn, nog geruimen tijd zitten.

Deze boom komt op Java in het wild voor, vooral in de djatibosschen en wordt vaak als sierboom aangeplant.

De bladeren zijn evenals die van de Djoear even gevind, echter met een geringer aantal — 3 tot 8 paar — grootere blaadjes. De bloemen vertoonen een ongeveer overeenkomstigen bouw als dien van den Djoear, de helmdraden van de onderste drie meeldraden zijn veel langer dan de overige en sterk s-vormig gekromd. Het vruchtbeginsel is ook zeer lang en eveneens eigenaardig gekromd.

De vrucht is zeer eigenaardig, rolrond, niet openspringend, door dwarse tusschenschotten in vijftig tot honderd hokjes verdeeld. Ieder hokje bevat één zaad dat door een strooperig vruchtmoes omhuld wordt. Dit vruchtmoes is een bekend purgeermiddel en was vroeger ook in de Europeesche apotheken in gebruik. Zoowel het vruchtmoes als de bladeren worden ook in de Inlandsche geneeskunde gebruikt. De bast van dezen boom is een goed looimiddel.

De bloemtrossen van den Indischen Gouden Regen komen niet aan de jonge bebladerde takken maar uitsluitend aan het oude hout voor.

De Kembang Merak, Caesalpinia pulcherrima.

De Setjang ofKajoe Sappan. Caesalpinia sappan.

De Kembang merak is een min of meer gestekelde heester met fijn loof en groote trossen rood of geel gekleurde bloemen, die het geheele jaar door bloeit. Oorspronkelijk behoort deze plant niet op Java tehuis maar zij wordt er zeer veelvuldig als sierplant gekweekt.

De bloemen zijn lang gesteeld en bestaan uit vijf losse kelkblaadjes, waarvan één grooter is dan de overige vier, 5 losse, lang genagelde bloemkroonblaadjes waarvan één kleiner is dan de andere, 10 lange, ver