is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar buiten stekende meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met langen stijl en zeer kleinen stempel. Aan de lange op de wijze van den staart van een pauw uitgespreide meeldraden is waarschijnlijk de Inlandsche naam (merak = pauw) ontleend. De vrucht is een openspringende platte peulvrucht, die weinige zaden bevat.

De bladeren zijn dubbel gevind, aan den algemeenen bladsteel komen vier tot acht paar vinnen voor, aan iedere vin vier tot 12 paar duidelijk gesteelde, van onderen blauwgroene blaadjes. Deze blaadjes bewegen zich 's avonds zoodanig dat de blaadjes van elk paar tegen elkander aan komen te liggen en breiden zich 's ochtends weer opnieuw uit. De bladeren vertoonen zooals men zegt slaapbeweging.

Aan den voet is het steeltje van ieder blaadje duidelijk verdikt en vormt een gewricht. Dergelijke gewrichten komen ook aan den voet van iedere vin en aan den voet van den algemeenen bladsteel voor.

De takken, bladstelen en bloeiwijze van de Kembang merak zijn met grootere en kleine stekels gewapend.

De Setjang, Kajoe sappan of Soga djawi is, zooals de Latijnsche naam aanwijst, na met de Kembang merak verwant. Het is een sterk gestekelde heester of lage boom, waarvan de bloemen veel minder in het oog vallen dan die van de Kembang merak en die ook niet zoolang achtereen bloeit als deze.

De bouw van de bloem stemt met dien van de Kembang merak vrijwel

overeen, de

helmdraden zijn echter

aanmerkelijk korter. De bladeren zijn, evenals die van de

Kembang merak, dubbel gevind.

De tweetot vierzadige peulvrucht is zeer eigenaardig gevormd, de wand ervan

is buitengewoon stevig, de vrucht springt niet of pas op den langen duur open.

De Setjang wordt, vooral in de lagere streken van West-Java, zeer vaak in heggen geplant. Het kernhout bevat een roode kleurstof en wordt tot roodverven gebruikt. Het is in den groothandel bekend als „sappan wood," in den kleinhandel op Java als „kajoe sampang.

Fig. 4.

Takje van de Setjang met een dubbelgevind blad en een vruchttrosje.