is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zes meeldraden zijn ingeplant in de buis van liet bloemdek, de helmdraden zijn lang en dun, de helmknoppen zijn er bewegelijk aan vastgehecht.

Het vruchtbeginsel is bovenstandig, driehokkig met een langen stijl en een kleinen stempel.

De Prachtlelie of Soensang. Gloriosa superba.

Deze plant wordt onder de namen Prachtlelie of Methoniea af en toe in Europa in broeikassen gekweekt, maar komt in geheel tropisch Azië en Afrika in het wild voor. Hier op Java, waar de plant in heggen en tussclien kreupelhout niet zeldzaam voorkomt, is de plant bekend als Kembang soengsang in Midden-.Tava, als Rembang koekoe matjan bij Batavia en als Mandhalika in de Madoereesche streken. De geheele plant maar vooral de wortelstok is vergiftig, somtijds schijnen de onderaardsche deelen voor het vergiftigen van wilde varkens gebruikt te worden.

De Prachtlelie is een overblijvende plant, waarvan de bebladerde stengels in den drogen tijd geheel verdwijnen. De plant leeft dan alleen verder door middel van den onder den grond verborgen wortelstok. In November of December, wanneer de regens goed doorgekomen zijn. ontwikkelen zich uit de vleezige, witte wortelstokken de bebladerde stengels, die gewoonlijk niet veel hooger dan omstreeks één Meter worden, zich aan het einde vertakken en daar, in de bladoksels, de zeer fraai gekleurde en ook door den grilligen vorm de aandacht trekkende bloemen dragen. Een dergelijke bloeiende stengeltop is in Fig. 1 van Plaat I afgebeeld.

De bladeren van de Gloriosa zijn zittend, zeer onregelmatig gerangschikt, met breeden voet en spitsen in een rank eindigenden top. Met behulp van deze ranken klimt de plant.

De bloemstelen buigen zich zoodanig, dat de bloemknop kort voor het opengaan naar beneden hangt. Gaat de knop nu open, dan worden de zes bloemdekblaadjes zoover terug geslagen, dat zij omhoog gericht zijn. Deze smalle, aan den rand golvende bloemdekblaadjes zijn eerst geel met oranjerooden top, verkleuren echter langzamerhand, zoodat zij ten slotte vuurrood met donkerrooden top zijn. Wanneer de bloem verwelkt is hangen de bloemdekblaadjes weer naar beneden.

De bloem heeft zes meeldraden en een bovenstandig, driehokkig vruchtbeginsel met langen stijl en drie stempels.

Er komt op Java in het wild nog een andere plant voor, de Flagellaria indica, die veel op de Prachtlelie gelijkt, omdat zij ook dergelijke, in een rank eindigende bladeren heeft. De stengels en bladeren vertoonen hier echter een veel forsclieren en stevigeren bouw, zij zijn dan ook meerjarig en de plant klimt veel hooger. De bloemen zijn bij Flagellaria indica klein en in een eindelingsche pluim gerangschikt. Wanneer beide planten niet bloeien kan men ze echter gemakkelijk met elkander verwisselen.