is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wortelstokken van Costns spec-iosus zijn reukeloos; van een verwante soort met kleinere bloemen (Costus sericeus?) is de wortelstok welriekend en wordt in de Inlandsclie geneeskunde gebruikt.

De Lengkoewas of, Ladja. Alpinia Galanya.

De Lengkoewas, Ladja of Laos is een overal in Nederlandscli-Indië in het wild en gekweekt voorkomende, overblijvende, sterk uitstoelende plant, metj wortelstokken die een vluchtige, welriekende olie bevatten en daarom als specerij en geneesmiddel worden gebruikt. Niet zelden wordt de plant ook als sierplant gekweekt. De stengels worden ruim twee Meter hoog en dragen een aantal lancetvormige, gaafrandige, evenwijdig* veemervige bladeren, met stengelomvattende bladscheeden. Aan den stengeltop ontwikkelt zich een rijkbloemige bloeiwijze van tamelijk groote, fraai gekleurde bloemen.

Aan den voet van iedere bloem vindt men een helderwit schutblaadje en in den oksel hiervan meestal nog een knop. De bloem is symmetrisch en vertoont een onderstandig drieliokkig vruchtbeginsel, een kleinen drie* talligen, vergroeidbladigen, witgekleurden kelk, een drietallige, vergroeidbladige witte bloemkroon, een groote, geel met rood gekleurde lip, één vruchtbaren meeldraad en een langen stijl met knopvormigen stempel. De lip moet beschouwd worden als ontstaan uit de twee overige, onvruchtbare, bloembladachtig ontwikkelde meeldraden van den binnensten krans. De drie meeldraden van den buitensten krans, die in aanleg aanwezig zijn, ontwikkelen zich niet.

De Kokospalm of Klapper. Cocos nucifera.

De Kokospalm of Klapperboom is vermoedelijk uit Midden- of Zuid-Amerika afkomstig, maar waarschijnlijk reeds in voorhistorische tijden overgebracht naar Zuid-Oost-Azië, waar de plant tegenwoordig overal gekweekt wordt en een van de belangrijkste kuituurgewassen vormt.

De Klapperboom groeit vooral in de nabijheid van het strand bijzonder goed,^ men veronderstelt wel eens dat de vruchten door zeestroomingen verbreid zouden worden zonder hun kiemvermogen te verliezen en dat de Kokospalm zoodoende, buiten toedoen van den mensch, zich op het strand van onbewoonde koraaleilandjes kon vestigen. Zekerheid hieromtrent bestaat nog niet; overal waar men in Indië den Klapperboom aan het strand vindt, is deze er vermoedelijk door den mensch geplant geworden.

De Kokospalm kan meer dan 25 Meter hoog worden, de stam is recht en onvertakt en heeft overal ongeveer dezelfde middel-