is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE GEDEELTE.

DE VORM EN DE BETEEKENIS VAN DE DEELEN DER PLANT.

De Deelen waar de plant uit bestaat.

Aan de meeste planten die wij in het dagelijksch leven rondom ons zien kan men Wortels, Stengels, Bladeren, Bloemen en Vruchten onderscheiden.

De Wortels zijn meestal in den grond verborgen en dienen om water op te zuigen. Wanneer wij de wortels van een plant afsnijden verdroogt zij gewoonlijk. Soms komen er ook wortels boven den grond voor, de luchtwortels van de Waringm en van de Karet bijv. of de wortels van epiphytische Orchideeën.

De Stengel is dat gedeelte van de plant waaraan de bladeren, bloemen en vruchten bevestigd zijn. Vaak is de stengel dik en stevig en wordt dan stam genoemd. De stengel of stam kan onvertakt •zijn zooals bij een Klapperboom of vertakt zooals bij een Tamarindeboom.

Aan het einde van den stengel en van ieder en zijtak van den stengel vindt men een eindknop, waaruit zich nieuwe bladeren of bloemen kunnen ontwikkelen.

De Bladeren zijn meestal groen en dienen vooral om voedsel voor de plant uit de lucht te halen en het door de wortels opgenomen water te verdampen.

Bloemen en Vruchten komen meestal alleen voor aan volwassen planten, zij dienen voor de vermenigvuldiging. In de vrucht ontstaat het zaad waaruit zich weer nieuwe planten ontwikkelen kunnen. Sommige vruchten bevatten veel zaden, zooals de Papaja