is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 32. Een Mosplantje met sporedoosjes.

Een Levermosplantje.

en de Komkommer, andere vruchten weinige, zooals de Mangistan, de Doekoe en de Sawoe

Manilla, terwijl er ook vruchten zijn met slechts één zaad, zooals de Mangga, de Ramboetan en de Klapper.

Meestal kan men vruchtwand en zaadhuid duidelijk van elkander onderschei¬

den. De vruchtwand is dikwijls vleezig en eetbaar, zooals bijv. bij de Papaja, de Sawoe Manilla en de Mangga. Bij andere vruchten is niet de vruchtwand, maar een bij het zaad behoorend gedeelte, de zoogenaamde zaadmantel vleezig en eetbaar, zooals bij de Mangistan, Doekoe, Salak en Ramboetan. In enkele gevallen, o. a. bij de éénzadige vruchtjes van de Maïs en de Rijst, die gewoonlijk, maar ten onrechte, niet vruchtjes maar zaden worden genoemd, vormen de zaadhuid en de vruchtwand een samenhangend geheel, zij zijn met elkander vergroeid.

De genoemde deelen, Wortels, Stengels, Bladeren, Bloemen en Vruchten komen niet aan alle planten voor. De Chevelures bijv. en andere

Varens brengen nooit bloemen en vruchten voort ... . ' de vermenigvuldiging geschiedt er door sporen

die in microskopisch kleine spo-

rangiën aan de bladeren worden gevormd.

Aan alle Bloemplanten komen, zooals de naam' zegt, bloemen voor met meeldraden en stam-

v • —

pers, al zijn deze dan ook soms Fig 34 Korstmossen.

zoo klein en onaanzienlijk dat

men ze slechts met moeite vinden kan. Wel zijn er enkele Bloem¬

planten waaraan geen wortels voorkomen en verscheidene, o. a.