is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hartvormig blad maar met den spitsen top naar beneden

en met de stompe ooren naar boven gekeerd, spatelvormig als een omgekeerd eivormig voorstuk zich naar beneden langzaam versmalt, wigvormig wanneer de bladschijf ongeveer den vorm heeft van een tamelijk scherphoekigen driehoek, waarvan de spitse hoek het voetpunt van de bladschijf vormt.

4°. Blijft de breedte van de bladschijf over eene aanzienlijke lengte dezelfde dan noemt men het blad:

1 ij n- of 1 i n t v o r m i g wanneer de bladschijf een

lange, tamelijk smalle, buigzame strook vormt, zwaardvormig wanneer de bladschijf tamelijk stevig en in het midden dikker is, met scherpe randen en spitsen top.

priemvormig wanneer de bladschijf zeer smal

is en in een scherpe punt uitloopt, naaldvormig wanneer de bladeren stevig, ongeveer rolrond en puntig zijn.

draadvormig wanneer de bladeren ongeveer rolrond maar tamelijk lang, week en buigzaam zijn.

Fig. 55. Een drietallig samengesteld blad met omgekeerd hartvormige blaadjes.

Fig. 56. Een spatelvormig blad.

Tusschen deze verschillende bladvormen kunnen ook overgangen voorkomen; men treft bijv. ruitvormig-driehoekige, lancetvormig-lijnvormige, ovaal-eivormige, hartvormig-driehoekige en nog vele andere bladvormen aan.

De meeste bladeren zijn symmetrisch, d. w. z. dat de twee helften aan weerskanten van de middennerf ongeveer gelijk van vorm en grootte zijn. Sommige planten, o. a. vele Begonia-soorten hebben onsymmetrische bladeren, d. w. z. dat de twee helften aan weerskanten van de middennerf verschillend van grootte en vorm zijn.

Fig. 57. Een onsymmetrisch, hartvormig blad.