is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 118. Afleggen.

Ook aan stekken die in water gezet zijn, en waar men een ringvormige mststrook afgenomen heeft, zooals in Fig. 119 werd afgebeeld, kan men

dit ontstaan van wortels uit den bovensten

wondrand waarnemen. Sommige planten kan men dan ook op deze wijze zeer goed vermenigvul¬

digen.

Het afleggen of tjangkokken verdient in vele gevallen de voorkeur boven stekken, omdat de aflegger niet zoo spoedig verdroogt en ver¬

welkt als een stek. Door liet hout worden namelijk de bladeren van den aflegger nog met water voorzien. Vele planten die zich moeilijk laten stekken kunnen gemakkelijk door afleggers vermenigvuldigd worden. Sommige vruchtboomen, de Djeroek's bijv. en ook de Karet worden gewoonlijk door tjangkokken vermenigvuldigd.

Bij het enten of griffelen bevestigt men den afgesneden top van een tak zoodanig in een wond van den stengel van een andere plant derzelfde of eener naverwante soort, dat

het entrijs met den onderstam vergroeit en zich als tak van deze verder ontwikkelt. Het komt er hierbij vooral op aan dat het cambium van den onderstam in nauwe aanraking komt met liet cambium van het entrijs en dat het cambium van beide niet beschadigd is.

Als onderstam neemt men dan in den regel sterke planten die weinig last hebben van ziekten en plagen en een goed ontwikkeld wortelstelsel vertoonen en men ent hierop edele, maar minder sterke soorten die, wanneer zij op hun eigen wortelstelsel groeiden, minder goed zouden slagen.

Zeer vaak worden ook planten, waarvan de bijzondere gewilde eigenschappen niet zaadvast zijn, door enten vermenigvuldigd. Zoo zijn bijv. de eigenaardigheden van allerlei variëteiten van vruchtboomen en sierheesters niet zaadvast en daarom

Fig. 119. Wortelvorming van een in water gezette stek met ringvormige ontschorsing.

A B

Fig. 120. Enten. A met schuine vlakte, B met een spleet, 1 entrijs," 2 onderstam.