is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook altijd door mieren bewoond worden, zich een geval van symbiose tusschen de plant en de mieren voordoet. Men spreekt dan van m y rmecophilie en veronderstelt dat de mieren voordeel hebben van het samenleven, doordat zij een woning en bovendien dikwijls nog voedsel vinden, en dat de plant voordeel heeft van de aanwezigheid der mieren, doordat deze haar tegen verschillende plantenetende dieren zouden beschermen.

Aan de spruiten van klimmende Aspergesoorten zijnde bladeren gedeeltelijk in stevige, met de punt naar beneden gerichte dorens veranderd.

Bij vele Djeroeksoorten treft men bij den bladoksel, naast den okselknop één of twee dorens aan, die men dikwijls als takdorens beschouwt maar die waarschijnlijk het onderste of de onderste twee bladeren van het in den oksel aangelegde zijtakje vertegenwoordigen.

Schutbladen van de bloeiwijze en kelkbladeren of kelkslippen kunnen ook als dorens ontwikkeld zijn.

De dorens van de Cactaceeën moeten waarschijnlijk

beschouwd worden als ver- Fig. 159. Een oneven geveerd blad met vormde knopschubben. steunbladdorens.

Bij enkele planten breekt de bladschijf van den bladsteel af en blijft de laatste als doren zitten, dit is o. a. het geval bij de Oedanie (Quisqualis).

Takdorens zijn korte, puntige houtige takken waar in sommige gevallen nog bladeren aan voorkomen, men treft ze o. a. aan bij de Bougainvillaea.

Wat het voorkomen van dorens aan niet klimmende planten betreft, hebben de dorens evenals de stekels dikwijls beteekenis doordat zij plantenetende dieren afweren. Dorenlooze Cactussen worden tegenwoordig af en toe in Noord-Amerika als veevoeder-