is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de gevallen afgezien waarbij geregeld binnen in de bloem bestuiving plaats vindt, of waarbij in het wildgroeiende planten zich geregeld ongeslachtelijk vermenigvuldigen, of gekweekte

planten kunstmatig onge¬

slachtelijk vermenigvuldigd worden, kan men wel zeggen dat over het algemeen elke plantensoort zoude moeten uitsterven wanneer er niet meer of minder geregeld stuifmeel van de eene bloem naar de andere werd overgebracht.

Deze overbrenging van het stuifmeel van de eene bloem naar de andere geschiedt in de natuur hoofdzakelijk door den wind of door insekten.

Bij bloemen die om de een of andere reden vaak door insekten bezocht worden, kunnen onwillekeurig de bezoekers dikwijls stuifmeel van de helmknoppen van de eene bloem naar de stempels van de andere overbrengen; bij bloemen die nooit door insekten bezocht worden, is deze wijze van overbrenging van stuif¬

meel uitgesloten en moet hoofdzakelijk de wind bij de bestuiving een rol spelen.

Een goed voorbeeld van een Windbloeier levert ons de Maïs. Deze is eenhuizig, wij vinden aan den top van de plant een groote pluim van samengestelde aren met mannelijke bloempjes.

Fig 279. Maïsplant, afzonderlijk mannelijk aartje, jonge vrouwelijke bloeikolf met schutbladen en stempels en rijpe vruchtkolf.