is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 285. Bloemen van Kalmia. 1 voor de bestniving, 2 na de bestniving.

midden der bloem zoodra zij door een bloembezoekend insekt uit hun eersten stand worden losgemaakt. Het stuifmeel ontsnapt daarbij in den

vorm van kleine wolkjes,

maar komt grootendeels op het lichaam van het insekt terecht. De meeldraden worden hier bij het opengaan der bloem elastisch gespannen en worden vastgehouden in kleine holten van de bloemkroonblaadjes. Bij het bezoek van het insekt

springen zij los.

Zoowel bij de Brandnetel als bij Kalmia hebben wij te doen met een beweging die overeenkomt met het losspringen van een stalen veer of van een boog. De meeldraden keeren hier niet weer in hun oorspronkelijken stand terug, de beweging vertoont zich in iedere bloem slechts éénmaal.

Bij de zoogenaamde prikkelbare meeldraden is dit anders, deze keeren, nadat zij bij aanraking zich bewogen hebben, langzamerhand weer in hun oorspronkelijken stand terug en kunnen eenigen tijd later opnieuw dezelfde bewegingsverschijnselen vertoonen.

Bij vele Samengesteldbloemigen komen dergelijke prikkelbare meeldraden voor. De Samengesteldbloemigen zijn protandrisch, de helmknoppen openen zich gewoonlijk reeds voordat de bloemkroon zich ontplooit, het stuifmeel blijft dan echter voorloopig binnen in het uit de vergroeide helmknoppen gevormde buisje zitten. Bij de soorten waaide meeldraden niet prikkelbaar zijn, wordt het stuifmeel tengevolge van den lengtegroei van den stijl naar buiten geduwd en komt dan boven aan de helmknoppenbuis te voorschijn. Op dat tijdstip is de stempel nog niet rijp, de twee stempelvlakken liggen nog tegen elkander aan. Eerst eenige uren later opent zich de stempelknop.

Bij de Samengesteldbloemigen met prikkelbare meeldraden vertoont deze prikkelbaarheid zich voordat de stempeltop boven de helmknoppenbuis uitsteekt. De helmdraden verkorten zich dan plotseling bij aanraking, waardoor de helmknoppenbuis naar

beneden getrokken wordt en het stuifmeel

aan de top van deze als een propje te voorschijn komt. Langzaam verkrijgen de helmdraden dan weer hun oorspronkelijke lengte en kunnen

Fig. 286. Prikkelbare meeldraden van een Samengesteldbloemige plant. A voor-, B na aanraking.