is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich dan bij een nieuwe aanraking opnieuw verkorten. Het is duidelijk dat, wanneer een insekt op een bloemhoofdje van een dergelijke plant rondloopt, het dier nu hier dan daar de meeldraden aanraakt en daardoor telkens met een versch stuifmeelpropje in aanraking komt.

Weer een andere wijze van bewegelijkheid der meeldraden komt voor bij het tot de Lipbloemigen behoorende geslacht Salvia, waarvan enkele soorten ook in Indië wel eens als sierplanten gekweekt worden en een soort in Oost-Java verwilderd voorkomt. De meeldraden bewegen zich bij Salvia niet van zelf, maar zij vertoonen in verband met den eigenaardigen bouw merkwaardige bewegingsverschijnselen, wanneer een insekt de Salvia-bloem bezoekt om er honig uit te halen.

Er komen bij Salvia slechts twee meeldraden voor, de helmdraad is kort, het helmbindsel zeer lang, van de helmhokjes bevat het eene

geen stuifmeel, is scharnierend

het andere wel. Het helmbindsel met den helmdraad verbonden en vormt als het ware een hefboom of wip met een korten arm waaraan het onvruchtbare en een langen arm waaraan het vruchtbare helmhokje is verbonden. De vorm en de plaatsing der meeldraden is zoodanig dat een insekt, wanneer het honig uit de Saium-bloem zuigen wil, de onvruchtbare helmhokjes achteruitduwt. Dientengevolge komen de vruchtbare helm-

i'Jg. XiCii moei- li» i

draad van Salvia. h°kJeS 0nder de bovenlip van Fig. 288. Een bloem de bloem te voorschijn, slaan van Salvia.

tegen den rug van het insekt en laten daar een deel van liet stuifmeel achter. De bloemen van Salvia zijn protandrisch en de stempels komen in het tweede stadium van den bloei op een plaats waar zij met den rug van de honigzoekende insekten in aanraking komen. Meestal zullen dus de bijen of hommels het stuifmeel uit bloemen die zich in het eerste stadium van bloei bevinden, overbrengen naar de stempels van bloemen die het tweede stadium reeds bereikt hebben.

Behalve in de besproken gevallen komen bewegingsverschijnselen deimeeldraden, die met de bestuiving in verband staan, nog in vele andere gevallen voor.

Bij de meeste Orchideeën vormt het stuifmeel wasachtige klompjes of polliniën die met een hechtschijfje voorzien zijn. Wanneer men met een scherpgepunt potlood de beweging nabootst van een insekt dat zich op het lipje van een Orcliideeënbloem neerzet en honig uit de bloem tracht te zuigen, dan wordt door het potlood een dekseltje losgestooten dat de hechtschijfjes van de polliniën bedekt. De hechtschijfjes kleven nu aan de potloodpunt vast en, wanneer men het potlood terugtrekt worden de polliniën medegenomen. Dikwijls krommen zich bij het