is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelukt het aan de vliegjes en andere insekten, die in de bloem binnendringen, niet of slechts bij uitzondering om den uitgang terug te vinden, zoodat zij meerendeels in de bloem den dood vinden. Bij deze grootbloemige soorten is dan ook geen kwestie van overbrenging van stuifmeel van de eene bloem naar de andere, de stempel van iedere bloem wordt hier bestoven met het stuifmeel uit de helmhokjes van dezelfde bloem.

Bij deze zelfbestuiving spelen de vliegjes en andere insekten die in den bloemketel rondkruipen en rondfladderen totdat zij er hun graf vinden, ongetwijfeld een belangrijke rol.

Behalve door den wind en door insekten wordt het stuifmeel soms ook op andere wijze van de helmknoppen op de stempels overgebracht.

Bij alle bloemen die zich in het geheel niet openen, de zoogenaamd cleistogame bloemen komt het stuifmeel van zelf op den stempel of wel de stuifmeelkorrels kiemen in de helmhokjes en vormen dan van daaruit stuifmeelbuizen naar den stempel toe.

Bij vele bloemen die zich wel openen bevinden zich de helmknoppen in onmiddellijke aanraking met het stempelvlak of, bij het beginnende verwelken, komen de stempels op de een of andere wijze met het stuifmeel in aanraking, zoodat er dan nog bestuiving met het eigen stuifmeel van de bloem kan plaats vinden, wanneer er geen bestuiving met vreemd stuifmeel is voorafgegaan.

In sommige gevallen spelen vogels een rol bij de overbrenging van het stuifmeel, in Amerika zijn het de k o 1 i b r i's, bij ons in Indië de kleine lionigvogeltjes, die in dit opzicht van beteekenis zijn. Men ziet vaak lionigvogeltjes voor de geopende bloemen van de Kembang sapatoe zweven, om er honig in te zoeken of kleine insekten in te vangen en, al heeft de bestuiving bij de Kembang sapatoe niet het gevolg dat er vruchtvorming plaats vindt, stuifmeel komt er ongetwijfeld hierbij op de stempels. Ook de bloemen van de Pisang worden niet zelden door lionigvogeltjes bezocht. In Zuid-Amerika ziet men de kolibri's allerlei bloemen bezoeken, Kembang sapatoe, Waroe, Pisang, Cactaceeën, Bromeliaceeën, Ipomoea, Zinnia, enz.

Bij sommige waterplanten vindt de bestuiving door insekten plaats, bijv. bij de Waterlelies en Lotosbloemen, bij andere waterplanten door den wind, bij sommige ook door het stroom ende water.

Ook slakken schijnen af en toe bij de bestuiving een rol te vervullen.

Omtrent de tot de familie der Pandanaceeën belioorende Freydnetia's veronderstelt men dat vruchtenetende vleermuizen, kalongs, die 's nachts de vleezige, gekleurde schutbladen van de bloeiwijze komen opeten, voor de bestuiving van beteekenis zijn.