is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Krakatau daar reeds weer elf verschillende Varensoorten en een stuk of zes Phanerogamen, waarvan de zaden er ongetwijfeld door den wind waren heengevoerd.

De sporen van deze Varens en de zaden van deze Phanerogamen waren daarbij over een afstand van omstreeks veeitig kilometer van den naastbijgelegen vasten wal van Java of Sumatra verwaaid.

Het zijn natuurlijk vooral kleine en lichte zaden die op een

dergelijke wijze door den wind kunnen worden medegenomen. De zaden van de Orchideeën bijv. zijn zoo klein dat 200.000 ervan samen omstreeks één gram wegen. De sporen van de Varens zijn nog veel kleiner.

Vooral wanneer er aan kleine zaden of vruchten aanhangsels voorkomen, in den vorm van vleugels of haren, worden zij gemakkelijk door den wind verbreid. Ook bij de Orchideeënzaden is dit het geval, de zaadhuid vormt hier een wijden, lichten, luchthoudenden mantel, waaide kiem binnenin ligt. Vleugels vindt men o. a. zeer fraai bij de zaden van de Kina en van de Spathodea.

, ... _ , .. ., „ Bii zeer vele Samengesteldbloemigen Fig. 291. Gevleugelde vrncht van y

een Dipteroearpacee (naar Burck). Zijn de dopvruchtjes met een liaar-

kelk of vruchtpluis voorzien. Bij de Clematissoorten groeit de blijvende stijl van het dopvruchtje verder uit en is met lange haren bedekt. Ook bij Typha, een moerasplant met rietachtige bladeren, die zoowel in Indio als in Europa voorkomt, heeft men zeer fraai vruchtpluis.

Zaadpluis vindt men o. a. bij de Katoen, de Kapok en de

Badoeri (Calotropis).

Bij de vruchten van vele Dipterocarpaceeën, een familie waartoe talrijke hooge Indische woudboomen behooren, groeien twee of meer van de kelkslippen tot vleugels uit. (Fig. 291).

Dergelijke, tamelijk groote vruchten kunnen natuurlijk niet ver verwaaid worden, maar tengevolge van de aanwezigheid dei