is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plantensoorten, zaden en vruchten vinden, die er alle door de zee zijn aangespoeld. Hierbij moeten wij echter in het oog houden dat onder deze aan het strand

aangespoelde zaden ook verscheidene soorten voorkomen die volstrekt niet in de strandbosschen thuis hooren. Dergelijke zaden blijven dan wel lang in het zeewater drijven, maar verliezen hierbij spoedig hun kiemvermogen of de jonge kiemplanten vinden aan het zeestrand geen gunstige voorwaarden voor hun verdere ontwikkeling.

Mangapitten, Kemiripitten (Aleurites), zaden van de Pitjoeng (Pangium edule) en Eikels worden overal inlndië aan het strand van de zee aan wal gespoeld, maar vermoedelijk zijn deze

niet kiembaar meer of wanneer zij dit in enkele gevallen misschien nog wel zouden zijn, ontwikkelen zij zich blijkbaar toch niet tot volwassen planten, want de Manga, de Kemiri, de Pitjoeng en de Eik komen niet in het wild in de strandbosschen voor. Ook Klappers worden zeer vaak door de zee aangespoeld, meestal echter zijn het weggegooide vruchten die al door de eekhoorns (badjings)

Fig. 292. Zaad van de Pitjoeng. De boom behoort niet tot de strandflora maar de zaden worden toch veel aan het zeestrand aangespoeld.

waren leeggegeten. Dat de dooide zee aangespoelde Klappers zich tot boomen ontwikkelen, komt hoogstens als groote uitzondering voor, want men treft de Klapper, naar het schijnt, nergens in Indië in het wild in de strandbosschen aan. De Klapperboomen op de koraaleilanden en elders aan het strand der zee, zijn steeds door menschenhand geplant.

Daarentegen vinden wij van

de volgende planten, die wel

in de strandformatie tehuis behooren, zeer vaak aangespoelde zaden, pitten of vruchten, die blijkbaar wel kiembaar zijn.

Fig. 293. Zaad van Carapa Moluccencis.