is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kiemingsgeschiedenis van de een of andere Graansoort (Fig. 41) of van de Klapper (Fig. 42) kan ons dienen als voorbeeld van de kieming van een Eénzaadlobbige plant, de kiemingsgeschiedenis van een Boon (Fig. 38), van de Djarak of van een Zonnebloem levert een voorbeeld van de kieming der Tweezaadlobbigen.

Bij vele Tweezaadlobbige planten vinden wij op lateren leeftijd geen hoofdwortel, hetzij dat deze afgestorven is of dat de plant langs ongeslachtelijken weg, uit een wortelstok, knol, broedknop, stek of aflegger is ontstaan. Wanneer wij aan een bedektzadige plant een duidelijken hoofdwortel vinden, is het zeker dat wij met een Tweezaadlobbige te doen hebben, maar vinden wij geen hoofdwortel dan kunnen wij daaruit nog niet besluiten dat de plant Eenzaadlobbig is.

De bloem is bij de Eenzaadlobbigen dikwijls drietallig, met een bloemkroonachtig gekleurd bloemde k, bij de Tweezaadlobbigen zeer vaak vier of vijftallig, met onderscheid tusschen kelk en bloemkroon.

Crinum, Eucharis, Gloriosa, de Orchideeën, zijn alle voorbeelden van Eenzaadlobbige bloemen, de Kembang sapatoe, de Djoear, de Blimbing, de Badoeri, de Zonnebloem, de Spuitjesboom, de Pletekkan, zijn voorbeelden van Tweezaadlobbige bloemen.

Aan de meeste groote bloemen kan men dadelijk zien of ze van een één- of een tweezaadlobbige plant afkomstig zijn, aan kleine naakte bloempjes of bloemen met een kelkachtig bloemdek is dit dikwijls moeilijker.

Ook deze regel is niet zonder uitzonderingen. Drietallige bloemen komen bijv. bij enkele tweezaadlobbige planten voor, de bloem van de Djeroek kingkit (Triphasia) bijv., heeft drie kelk- en drie bloemkroonblaadjes. de bloemen van de Anonaceeën (Zuurzak, Sirikaja, Kananga) hebben meestal drie kransen van drie bloembekleedselblaadjes. Drie vruchtbladen komen bij verscheidene tweezaadlobbige planten voor, bij de Euphorbiaceeén bijv., bij de Cucurbitacee"n, bij de Eiken en de Kastanjes.

Zoo komen bij de eenzaadlobbigen ook wel gevallen voor dat de bloemen niet drietallig zijn. Een duidelijk onderscheid tusschen kelk en bloemkroon treft men ook bij sommige eenzaadlobbigen aan, vooral bij de families der Alismdce&ên, Brotueliaceeën, Commeliyiciceeën, Canuaceeën, Zingiberaceeëii en Marantaceeën.

Gevallen van een bloemkroonachtig gekleurd bloemdek komen ook bij de tweezaadlobbigen voor o. a. bij de Aristolochiaceeën, Polygonaceeên, Nyctaginaceéën, Myristicaceeën en bij het geslacht Clematis.