is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Pinang (Areca Catechu), gemakkelijk herkenbaar aan den slanken stam, wordt overal in de dessa's gekweekt. De vrucht is een bes met draderig, oneetbaar vruchtvleesch. De zaden, waarvan het kiemwit gemarmerd is, worden overal in ZuidOost-Azië bij het sirihkauwen gebruikt en vormen ook een belangrijk uitvoerartikel van Noord- en Oost-Sumatra. De uitgevoerde pinangnoten worden bij de zijdeververij en leerlooierij gebruikt.

De Salak (Zalacca edulis), een tweehuizige, stekelige, sterk uitstoelende palm met zeer korten stam, wordt terwille van de eetbare vruchten af en toe gekweekt.

De Nipah (Nipa fruticans) is overal langs de kusten van ZuidOost-Azië de karakterplant van de brakwaterformatie. Het is een lage palm met zeer korte, onder de modder verborgen stam en lange, omhooggerichte, geveerde bladeren. De vruchten worden door het zeewater verspreid. Van de bladeren wordt atap gemaakt. Het zaad bevat, evenals bij de Klapper, een holte, het kiemwit van de jonge vruchten is eetbaar. De verschillende Rottansoorten (geslachten Calamus en Daemonorops), klimmende palmen met zeer lange buigzame stengels, leveren het bekende boschprodukt, een belangrijk uitvoerartikel van Sumatra en Borneo. De Indische Rottansoorten hebben vruchten met een schubbige schil, bij Calamus Draco is de vruchtschil bedekt met een roode hars, die als drakenbloed in den handel komt. De in tropisch Amerika voorkomende Rottansoorten behooren tot andere geslachten dan de Indische en hebben besvruchten (Plaat YI, Fig. 1).

De Dadelpalm (Plioenix dadylifera) is het belangrijkste kuituurgewas in de woestijnen van Arabië en Noord-Afrika. Af en toe ziet men ze in Indië als sierplanten gekweekt. Een kleine Phoenix-soort komt in het wild in de strandbosschen voor. De Oliepalm (Elaeis guineensis), een zeer belangrijk kuituurgewas

in West-Afrika, af en toe als sierplant in Indië gekweekt. De Koningspalm (Oreodoxa regio), in Midden- en Zuid-Amerika inheemsch, zeer veel in Indië als sierplant gekweekt.

Tal van andere soorten komen nog als sierplanten op onze erven en in onze galerijen voor, de Livistona-soorten (onze gewoonste waaierpalm), de sterk gestekelde Martinesia-soorten, de Roode Pinang (Cyrtostachys renda) enz. enz.