is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee enkelvoudige bloeikolven boven elkaar op dezelfde as, de onderste met vrouwelijke, de bovenste met mannelijke bloempjes. Na den bloei breekt liet bovenste gedeelte af zoodat alleen de vrouwelijke bloeikolf zitten blijft totdat de vruchtjes rijp zijn en verwaaien. Het vruchtpluis van Typha wordt wel eens als vulling van kussens gebruikt.

De Pandanaceeën.

De Pandanaceeën vormen een kleine familie die in tropisch Afrika

en Azië voorkomt. Het zijn heesters, boomen of wortelklimmers met een houtige, slechts weinig vertakte stam en stevige lintvormige bladeren. De bloemen zijn éénslachtig, naakt, tot bloeikolven vereenigd. De mannelijke bloemen hebben talrijke meeldraden, de vrouwelijke één of meer vruchtbladen. De vruchtbeginsels vergroeien gewoonlijk tot samengestelde vruchten.

De soorten van het geslacht Pandanus zijn boomen of heesters met lange, lijnvormige, meestal aan den rand en aan de middennerf scherp gedoomde bladeren die volgens de bladstelling '/»gerangschikt zijn. Sommige soorten zijn heestervormig, enkele hiervan worden gekweekt ten

einde de bladeren als vlechtmateriaal (hoedenfabricatie) te gebruiken. Andere soorten worden boomvormig en dragen aan den top van iederen tak een dichte bos bladeren (Fig. 315). Aan het ondereinde van den stam komen bij alle Pandanus-soorten stevige steunwortels voor. De zeer welriekende mannelijke bloeikolven van sommige soorten worden wel eens voor het parfumeeren van kleeren etc. gebruikt.

De mannelijke boomen hebben hangende, samengestelde bloeikolven met groene of gele schutbladen en in den oksel van deze schutbladen kolven of aren met dicht opeengedrongen bloemen, die ieder uit een steeltje met talrijke meeldraden bestaan.

De vrouwelijke bloemen zijn ongesteeld en dicht opeengedrongen tot een bolvormige kolf of aar vereenigd. De vruchten zijn steenvruchtachtig

Fig. 315. Pandanus.