is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kweekt, als voedingsgewas maar vooral als oliezaad. De uitgeperste zaden leveren de katjangboengkil die in Ned.-Indië zeer veel tot bemesting van liet Suikerriet wordt gebruikt.

De Madagascar Aardnoot, Katjang Manilla of Katjang Bogor (Voandseia subterrannea) heeft onevengevinde tweejukkige bladeren en tweeërlei soort bloemen, tweeslachtige met bloemkroonblaadjes boven den grond, die gewoonlijk geen vrucht zetten en vrouwelijke, zonder bloemkroonblaadjes onder den grond, die wel vrucht zetten. De vrucht is één- of tweezadig en springt niet open. De Katjang Bogor wordt in alle tropische landen maar vooral in Afrika gekweekt, het zaad bevat veel minder olie dan van de Katjang tanah, de Madagascar Aardnoot komt dan ook alleen als voedingsgewas maar niet als oliezaad in aanmerking.

De Snijboon of Katjang boontjies (Phaseolus vulgaris) is een windende klimplant met tweejukkig-onevengevinde bladeren en witte bloemen. De plant behoort in Zuid-Oost-Azië tehuis maar wordt tegenwoordig overal in de tropische en gematigde luchtstreken gekweekt. De onrijpe peulen maar ook de rijpe zaden (bruine boonen) worden gegeten. Tot hetzelfde geslacht behoort de Katjang idjoe (Pliaseolus radiatus) waarvan klimmende en niet klimmende variëteiten bestaan en de Kratok (Phaseolus lunatus) die in het wild in Oost-Java veel voorkomt en af en toe gekweekt wordt. De onrijpe peulen en de rijpe zaden worden gegeten, de zaden bevatten echter aanzienlijke hoeveelheden blauwzuur en moeten daarom zorgvuldig toebereid worden omdat zij anders vergiftig werken kunnen. Het geslacht Phaseolus is vooral te herkennen aan den eigenaardigen vorm van de kiel die langgesnaveld en met de ingesloten helmdraden en van boven behaarden stijl spiraalvormig omgedraaid is.

De Katjang kedeleh (Sotia hisyjda) is een kruidachtige plant met tweejukkig-onevengevinde bladeren en kleine behaarde peultjes, de Katjang pandjang (Vigna sinensis) een windende plant met tweejukkig-onevengevinde bladeren en zeer lange rolronde peulen. Allerlei andere Katjang-soorten behooren nog tot de Papilionaceeën en ook de hier slechts zelden gekweekte Erwten, Tuinboonen, Linzen en Lupinen.

Tot het geslacht Mucuna behooren windende planten met tweejukkig-onevengevinde bladeren en meestal groote bloemen. De peul is van buiten met scherpe, gemakkelijk afbrekende

21