is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeer veel ziet men overal in de tropen, ook op Java, op vochtige moerassige plaatsen verschillende soorten van het geslacht Hydrocotyle, dat ook tot de Umbelliferen behoort maar in voorkomen nogal van de andere soorten van deze familie afwijkt. Het zijn kleine, neerliggende of kruipende kruiden met enkelvoudige, dikwijls niervormige of schildvormige bladeren en kleine, tot enkelvoudige schermen vereenigde bloemen. Hydrocotyle asiatica (dacen kaki koeda) en Hydrocotyle rotundifolia worden

wel als groente gegeten en op de dijkjes van de rijstvelden of tegen de hellingen van terrassen geplant om grondafspoeling tegen te gaan.

Tot deze familie behooren kruiden of lialfheesters, gewoonlijk met vleezige bladeren, die meerendeels in steppen en woestijnen groeien. Zoo komen bijv. talrijke Mesembryanthemum-soorten, vetplanten met dikvleezige bladeren in de Afrikaansche steppen en woestijnen voor. Enkele soorten van deze familie treft men in Ned.-Indie aan. De bloemen van de A izoaceéën zijn regelmatig, gewoonlijk tweeslachtig, de kelk is vier- of vijftallig, de bloemkroonbladen ontbreken bij de Ned.-Indische soorten, liet aantal meeldraden is verschillend. Het vruchtbeginsel is bovenstandig, de vrucht is meestal een vliezige of papierachtige doosvrucht, die door den blij venden kelk omgeven wordt. Bij sommige soorten springt deze doosvrucht met een dekseltje, bij andere met kleppen open.

Fig. 326. Hydrocotyle asiatica.

De Aizoaceeën.