is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beginsel met drie wandstandige zaadlijsten. De vrucht is een hauwvormige, driekleppige, veelzadige doosvrucht, met groote, gevleugelde zaden. De boom groeit buitengewoon gemakkelijk uit stek, de bladeren, bloemen en vooral de onrijpe vruchten worden gegeten, de wortels soms inplaats van mosterd of als geneesmiddel gebruikt. Wanneer men de vruchten rijp laat worden, wat in Ned.-Indië bijna nooit gebeurt, bevatten de zaden een zeer goede olie die als spijsolie en ook als smeerolie voor horloges en fijne machinerieën bruikbaar is.

De Nepenthaceeën.

Tot deze kleine familie behoort alleen het geslacht Nepenthes, kruidachtige of lialfheesterachtige, soms min of meer klimmende planten, die gemakkelijk te herkennen zijn aan de eigenaardige bekers die aan de bladeren voorkomen (Fig. 85).

De planten zijn tweehuizig, de bloemen klein, groenachtig, in enkelvoudige of samengestelde of tot pluimen vereenigde trossen. De bloemen hebben een enkelvoudig, vier- of driedeelig bloemdek. Het aantal meeldraden van de mannelijke bloemen bedraagt vier tot zestien, de helmdraden zijn tot een zuil vergroeid. Het vruchtbeginsel in de vrouwelijke bloemen is boven standig, drie- of vierliokkig. De vrucht is een lederachtige, met kleppen openspringende doosvrucht met talrijke zaden.

Het geslacht Ncpeuthes komt vooral in Zuid-Oost-Azie voor, enkele soorten ook in Australië en op Madagascar. Er zijn omstreeks veertig soorten van bekend waarvan enkele (daoen gendi — gendi monjet) op Java in het gebergte en heuvelland niet zeldzaam zijn.

De Droseraceeën.

Van deze kleine, over de geheele wereld verspreide familie komen in Indië slechts drie soorten van het geslacht Drosera voor. Deze planljes zijn onmiddellijk te herkennen aan de lange klierharen die aan de bladeren voorkomen, met behulp waarvan insekten worden gevangen (Fig. 84).

De bloemen zijn tweeslachtig regelmatig, de kelk is 4- of 5-tallig, de bloemkroon vier- tot achtbladig, het aantal meeldraden stemt met dat der bloemkroonblaadjes overeen. Het vruchtbeginsel is bovenstandig, éénhokkig, meestal met drie stijlen, de vrucht is een doosvrucht met talrijke kleine zaden. Het zijn moerasbewonende kleine kruidachtige planten, die in Indië zeldzaam, aileen in het gebergte voorkomen.