is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nerium Odorum, de Oleander, behoort tehuis in de landen rondom de Middellandsche Zee, maar wordt af en toe in onze tuinen gekweekt. Het is een opgerichte heester met lancetvormige bladeren in kransen van drie en eindelingsche pluimen van groote witte of rose bloemen.

Tabernaemontana coronaria en andere soorten van dit geslacht worden wel wegens de groote witte of gele, dikwijls welriekende bloemen (kembang mantega) als sierheesters gekweekt. Zij komen ook in het wild in Ned.-Indië voor.

Kopsia arborea, een bekende sierheester met rose bloemen, waarvan een takje op Plaat XI, Fig. 1 algebeeld is.

Plumieria acutifolia, de Kambodja, behoort evenals de talrijke andere Plumieria soorten, waarschijnlijk in tropisch Amerika tehuis, maar wordt in Indië, vooral op Inlandsche begraafplaatsen zeer veel geplant. Het is een lage boom met knoestigen stam en zeer dikke takken, die in den Oostmoesson geheel of bijna geheel kaal staat, met talrijke groote, van buiten witte, van binnen gele welriekende bloemen. De Kambodja zet in Indië bijna nooit vrucht, de bloemen vallen gewoonlijk na een paar dagen af, men kweekt dezen boom altijd uit stek.

Cerbera Odollam is de beruchte, zeer vergiftige Bintaro, een karakterboom van de Nipali formatie, die wat groeiwijze en bladeren betreft zeer veel op de Kambodja gelijkt, de bloemen zijn echter kleiner en helder wit. De wel wat op Mangga's gelijkende groene steenvruchten bevatten een of twee zaden, de door een zeer vezelige laag omgeven steen (Fig. 294) wordt door zeestroomingen verbreid.

Carissa Carandas is een sterk vertakte, opgerichte heester met tegenover elkander en eindelings in de bladoksels of tusschen de bladstelen geplaatste enkelvoudige of gevorkte dorens en tamelijk kleine bladeren, die in het wild tusschen kreupelhout niet zeldzaam voorkomt. De besvruchten (Kerandang) worden wel gegeten.

Alstonia scliolaris is een hooge boom met bladeren in kransen van drie of vier, waarvan het zeer lichte hout (kurkhout of kajoe gaboes) uiterst gemakkelijk te bewerken is en o. a. veel voor drijvers van vischnetten wordt gebruikt.

Dyera costulata en andere soorten van dit geslacht zijn hooge boomen die in moerassige streken in Borneo en op Sumatra