is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zeer eenvoudigen bouw vertoont over het algemeen het zetmeelhoudende weefsel van knollen en zaden. Een dunne doorsnede door het inwendige weefsel van een aardappel, een beetje met water afgespoeld en onder het microskoop bekeken, vertoont geopende cellen waaruit de meeste zetmeelkorrels zijn weggespoeld en niet opengesneden cellen die nog talrijke zetmeelkorrels bevatten. Met een oplossing van jodium in joodkalium kleuren de zetmeelkorrels zich donkerblauw, door toevoeging van sterke minerale zuren of van loog en door koken met water zwellen de korrels op en veranderen in stijfsel. Aan de meeste zetmeelkorrels ziet men duidelijk dat zij uit een groot aantal elkander omhullende lagen bestaan. Verschillende zetmeelsoorten zijn onder het microskoop aan den vorm van de korrels dikwijls te onderscheiden.

Behalve de aardappel komen allerlei andere zetmeelbevattende knollen en zaden nog voor onderzoek in aanmerking, knollen van Dioscorea, van Ipomoea Batatas, van Coleus tuberosus, van Pachyrhizus esculentus, zaden van de Maïs, Rijst enz. Ook in allerlei zaden en knollen die niet als voedsel worden gebruikt vindt men mooi zetmeelhoudend weefsel. Duidelijke samengestelde zetmeelkorrels vindt men bijv. in de knol van Amorphophallus variabilis en in het zaad van Carapa Moluccensis.

In rijpe vruchten laten de cellen van het vruchtvleesch elkander dikwijls min of meer los, zoodat wij hier zeer mooi de afzonderlijke cellen te zien krijgen.

Een klein, in water verdeeld stukje van het vruchtvleesch van een rijpe pisang vertoont talrijke onregelmatig gevormde cellen, gedeeltelijk afzonderlijk, meerendeels tot grootere of kleinere groepen vereenigd. De meeste van deze cellen bevatten een grooter of geringer aantal zetmeelkorrels. Behalve deze cellen waaruit het vruchtvleesch grootendeels bestaat, ziet men ook veel grootere, tonvormig opgezwollene, tot rijen vereenigde cellen met sterk lichtbrekenden inhoud. Deze groote cellen bevatten looistoffen, hetgeen o. a. aangetoond worden kan met een kaliumbichromaatoplossing. Hier en daar ziet men in het praeparaat ook een enkel fragment van een vaatbundel.

In vele plantencellen vindt men kristallen van zuringzure kalk, meestal in den vorm van onregelmatige kristalsterren of van kristalnaalden. Dergelijke kristalnaalden zijn meestal tot bundels vereenigd, men spreekt dan van raphidenbundels. De scherpe smaak van vele planten wordt door de aanwezigheid van raphiden veroorzaakt.