is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen oponthoud door het ongemak van invloed zal zijn op de volgens de aangifte te vervaardigen hoeveelheid gedistilleerd. In het laatste geval zal de duur van het ongemak nauwkeurig op de aangifte moeten worden aangeteekend.

Als ongemak aan de stokerij moet ook worden beschouwd het rijp worden (uitgegist zijn) van het beslag, later dan vermoed werd of het ontbreken van stroop om de aangegeven werkzaamheden voort te zetten ').

De ruw- en distilleerketels, die in eene in werking zijnde stokerij of distilleerderij voor slechts weinige dagen worden buiten gebruik gesteld, behoeven, behoudens wanneer daarvoor bepaalde redenen bestaan, niet verzegeld te worden.

Vindt verzegeling plaats, dan moet deze met oordeel geschieden en wel zoodanig, dat de werktuigen niet zonder schending der zegels gebruikt kunnen worden en de zegels geen gevaar loopen •om zonder opzet geschonden te worden. Van ver- en ontzegeling wordt een proces-verbaal model No. 52 opgemaakt en een afschrift daarvan aan belanghebbenden uitgereikt.

Met het opladen van een ruwketel mag niet vroeger worden begonnen dan dertig minuten vóór het aangegeven tijdstip van aanvang van ruwstoken. Het ruwstoken wordt geacht te zijn aangevangen, zoodra vuur onder den ketel is gebracht of zoodra de kraan van de leiding geopend is, waardoor aan stoom toegang tot den ketel wordt verleend, zoomede wanneer uit de slang reeds gedistilleerd vloeit. Bijvulling van grondstof in ruwketels, waarop eene zekere hoeveelheid grondstof in ééns geladen en afzonderlijk afgestookt wordt, mag, nadat het stoken is aangevangen, niet meer plaats hebben 2). Na afloop van iedere ruwstoking, met een door een helm gedekten ketel, moet de helm worden afgenomen. Deze mag eerst worden herplaatst als met eene nieuwe stoking wordt aangevangen. Ongeacht het afnemen van den helm wordt de ruwstoking niet als afgeloopen aangemerkt, wanneer uit de slang nog gedistilleerd vloeit 3).

Waar het vervaardigd gedistilleerd in door de ambtenaren afgesloten vergaderbakken of dergelijke wordt opgevangen, mogen die ruimten alleen worden ontsloten op tusschen den stoker en den Eerstaanwezenden ambtenaar overeengekomen tijdstippen of op

1) § 35 I. G.

2) art. 23 O. G.

3) art. 24, al. 1 en 2 O. G.

2