is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Betaling van accijns bij den invoer.

Gebeurt dit echter niet en wordt dus de accijns tegelijk met het invoerrecht voldaan, dan wordt op het bedrag van den accijns eene korting verleend van 1 pCt. '), welke korting dient te worden beschouwd als eene premie voor de gereede betaling van den accijns; die gereede betaling levert uiteraard voor de administratie een zeker gemak op, omdat daardoor de aan den opslag van lucifers onder genot van krediet voor den accijns verbonden boekhouding, alsmede het op de aldus opgeslagen hoeveelheden lucifers uit te oefenen toezicht kunnen achterwege blijven.

In den als bijlage hierachter blz. 101 opgenomen staat is ook de accijns berekend voor lucifers met één kop, met inachtneming van de korting, per gros en voor één blik van 8 '/3 gros tot zes blikken of één kist van 50 gros voor doosjes inhoudende van 79 tot 149 stokjes per doosje.

Is het de wensch van den importeur om den accijns tegelijk met het invoerrecht te voldoen, dan dient van dien wensch door hem bij -) de aangifte tot invoer ten verbruik uitdrukkelijk melding te worden gemaakt, terwijl in dat geval tevens alle gegevens dienen te worden verstrekt, welke noodig zijn om den accijns te kunnen berekenen 3) (zie de aangifte op blz. 15 van het Modellenboek).

In het bedrag van den accijns worden breuken van een cent voor een geheelen cent gerekend ').

De accijns wordt bij den ontvanger5) betaald volgens diens berekening 6), voor welke berekening deze derhalve op kantoren,

1) art. 2 O. L.

2) In artikel 3, al. 2 der lucifersaccijns-ordonnantie staat instede van „bij" de aangifte, „op" de aangifte, waardoor de indruk zou kunnen worden gewekt, dat de aangifte tot invoer ten verbruik van lucifers altijd schriftelijk zou dienen te geschieden. Dit zou ook volgen uit de laatste zinsnede van bedoelde alinea. Het spreekt echter van zelf, dat hier aan eene onwillekeurig begane vergissing moet worden gedacht, daar nergens blijkt van de bedoeling om de met betrekking tot de indiening der aangifte tot invoer ten verbruik in artikel 8 juncto artikel 3 R. B. gegeven voorschriften, ten aanzien van de aangifte tot invoer ten verbruik van lucifers ter zijde te stellen.

3) art. 3, al. 2, O. L.

4) art. 34 O. L.

5) Hier en in het vervolg moet onder „Ontvanger" worden verstaan die der in- en uitvoerrechten en accijnzen, of hij, die met de functie van evengenoemden belast is of aangewezen wordt voor de administratie van den accijns op lucifers (art- 35 O. L.).

6) art. 3, al. 1, O. L.