is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. deponeeren van geld ;

b. verband van vaste goederen of

c. borgtocht.

Art. 35. Hij, die de eerste soort van zekerheid vvenscht te stellen, deponeert het gevorderde bedrag, tegen bewijs, ten kantore van den ontvanger.

Er wordt geene rente of vergoeding wegens het gedeponeerd bedrag uitgekeerd.

Art. 36. Verband van vaste goederen wordt niet aangenomen, dan indien ten genoege van den ontvanger bewezen is, dat de waarde daarvan de te stellen zekerheid met minstens een vijfde van het bedrag overtreft, dat de goederen piet zijn verbonden ten behoeve van anderen, en dat de gebouwen tegen brandschade verzekerd zijn.

De waarde der te verbinden onroerende goederen wordt geschat door den ontvanger, die ook bevoegd is de verbonden goederen nader te schatten.

Bij vermindering van waarde, volgens het oordeel van den ontvanger, wordt de gestelde zekerheid aangevuld.

In geval van verschil omtrent de waarde der te verbinden, of ten behoeve van den accijns verbonden goederen, wordt beslist door den Directeur van Financiën.

Art. 37. Voor borgtocht moeten ten genoege van den ontvanger worden aangewezen twee soliede personen, die zich hoofdelijk en onder afstand van het voorrecht van schuldsplitsing bij notariëele akte verbinden voor de betaling van den verschuldigden accijns.

Wanneer de ontvanger het noodig acht, dat de aangenomen borgen of een hunner wordt vervangen, is de schuldenaar verplicht aan diens vordering binnen acht dagen na kennisgeving te voldoen.

De ontvanger kan vorderen, dat eene verklaring van gegoedheid van den borg, afgegeven door het Hoofd van plaatselijk bestuur, bij de akte van borgtocht worde overgelegd, en dat die verklaring jaarlijks worde vernieuwd.

Bij het niet voldoen aan de vorderingen, bedoeld in het derde lid van artikel 36 en de alinea's 2 en 3 van dit artikel, wordt de schuld, waarvoor zekerheid is gesteld, terstond in haar geheel opvorderbaar.