is toegevoegd aan je favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogstens ééne maand door of van wege den gebruiker aan den ontvanger ten zijnen kantore worde vertoond, vergezeld van de in bezit van den gebruiker zijnde bewijzen van wettigen inslag, waarop, voor zoover zij niet voor intrekking vatbaar zijn, de uitgeslagen hoeveelheden worden afgeschreven. De vergunning is ten allen tijde voor opzegging vatbaar.

Er bestaat overtreding, wanneer volgens in het register achtergebleven aanteekeningen, betreffende gebruikte konsenten, meer gedistilleerd van vijftig percent blijkt te zijn uitgeslagen, dan waarvan de wettige inslag bewezen wordt, zoomede wanneer gebruikte konsenten uit het register eene grootere hoeveelheid gedistilleerd van vijftig percent of een ander tijdstip van uitslag, dan de onder hetzelfde nummer in het register achtergebleven aanteekeningen aanwijzen, dan wel in het geheel geen tijdstip van uitslag vermelden.

HOOFDSTUK X.

Verkoop in het klein.

§ 1. Neringen.

Art. 68. Onder neringen worden verstaan de verkoopplaatsen van inlandschen gedistilleerden drank in het klein.

Verkoop in het klein wordt voor de toepassing dezer paragraaf geacht te geschieden overal, waar de verkoop niet uitsluitend plaats heeft bij hoeveelheden van tien liter of hooger.

Art. 69. Het is verboden inlandschen gedistilleerden drank in het klein te verkoopen of ten verkoop in het klein voorhanden te hebben elders dan binnen een pand, waarvoor op wettige wijze toelating tot het drijven eener nering verkregen is.

Ten opzichte van dit verbod wordt iedere kleinhandelaar, die inlandschen gedistilleerden drank als handelswaar voorhanden heeft, beschouwd dien drank voorhanden te hebben ten verkoop in het klein.

Art. 70. Hij, die eenig erf, gebouw, lokaal, of gedeelte van een van allen tot het drijven eener nering wil bezigen, levert, tegen bewijs, ten kantore van den ontvanger, of bij een door het Hoofd van gewestelijk bestuur aangewezen ambtenaar der in- en uitvoerrechten en accijnzen of van een anderen diensttak,