is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de ketels, enz., waarvan bij de in de tweede alinea van artikel llö bedoelde beschrijving de liter-inhoud moet worden opgegeven, wordt in gelijker voege die inhoud bekend gesteld.

Art. 12 (zie Stbl. 1908 no. 48, Ten eerste, § 3). Bergplaatsen worden toegelaten in alle voor den algemeenen invoer en algemeenen uitvoer opengestelde havens.

Voor de toelating op andere plaatsen wordt eene bijzondere vergunning vereischt van den Directeur van Financiën, die daaraan voorwaarden verbinden kan.

Art. 13. Boven de naar den openbaren weg gekeerde ingangen eener bergplaats of fabriek wordt een opschrift geplaatst, houdende in duidelijk zichtbare letters, in olieverf, de woorden „Petroleumbergplaats" of „Petroleumfabriek", benevens den naam van den handelaar, de firma of den fabrikant.

Art. 13a (zie Stbl. 1907 no. 410). Het is verboden elders dan in eene petroleumfabriek, waarvoor een bewijs is uitgereikt als bedoeld in artikel llo, ruwe aardolie te distilleeren, te filtreeren of daaruit op welke wijze ook producten te bereiden, die in meerdere of mindere mate de geschiktheid van petroleum hebben om als verlichtingsmiddel te worden gebezigd, of bij petroleum gevoegd, die geschiktheid daaraan niet ontnemen.

Het is mede verboden elders dan in eene petroleumfabriek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, aardolie-distillaten door nogmaals distilleeren, rectificeeren of op welke wijze ook tot een hoogeren graad van zuiverheid te brengen.

Voor de toepassing der voorafgaande alinea's wordt het bezit van werktuigen, van hoe eenvoudigen aard ook, blijkbaar gediend hebbende voor eene bij die alinea's verboden handeling of bestemming daartoe op andere wijze verradende, met de handeling zelve gelijk gesteld.

HOOFDSTUK III.

Krediet en aansprakelijkheid. Zekerheidstelling.

Art. 14. Aan den handelaar, fabrikant of ondernemer wordt onder voldoende zekerheidstelling, krediet verleend voor den accijns van de petroleum, die in zijne bergplaats, fabriek of onderneming volgens de in hoofdstuk VI bedoelde rekening voorhanden is.