is toegevoegd aan uw favorieten.

Met onzen president, den heer J.A. Soselisa, op zijn rondreis over Java

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met horten en stooten ging de kosong met zijn drie-kwartgeradbraakte passagiers voort.

Intusschen was het kwart over tienen. Te half elf kwamen wij eindelijk aan.

Ik behoef U de vreugde niet te beschrijven — lezers — toen wij vernamen dat er inderdaad kamers voor ons beschikbaar waren.

En reeds over vijftien minuten — zonder nog wat gegeten te hebben — vertrouwden wij ons uiterst vermoeid lichaam aan de armen van Morpheus.

Dinsdag 24 December 1918.

Wij stonden in den vroegen ochtend van dezen dag op en geheel ontnuchterd ontdekten wij in welk hotel wij waren verzeild geraakt. Was het op Semarang in het pension Wilhelmina reeds beroerd, hier was h.et nog ellendiger. Ik was terecht gekomen in een „cel" van ±2X3 M., vlak naast de W. C, gelegen en had tot kamergezelschap een half bataljon kakkerlakken en wandluizen en even zooveel muskieten.

Deur-, venster- en andere stijlen — alie stonden braaf uit het lood. Het gegalvaniseerd ijzeren afdakje vóór mijn „cel" was zóó laag gebouwd dat ik in de middaguren daaronder letterlijk werd geroosterd.

Stoelen, tafels, bed, pot-de-chambre — alles was min of meer kreupel.

Onze praeses kon dezelfde grieven doen gelden.

Verder: onbeschofte bedienden dikwijls geen water in den

mandibak en in de flesschen van het) privaat slecht ontbijt thee en koffij' nooit op tijd gereed gasten met

zelfmoordenaarsgezichten stinkende slooten vlak voor de

logeerkamers en — de rekening zoo hoog mogelijk (opgevoerd door de eigenares, die er op uitging om de arme logé's. die noodgedwongen daar zijn terechtgekomen „de keel af te snijden".

Van ter zijde vernam ik dat Bas Veth op zijn terugreis naar Europa heusch daar heefF gelogeerd en wel heel toevallig, toen hij in dezelfde omstandigheden als wij, verkeerde. Uit wraak