is toegevoegd aan uw favorieten.

Voorschriften betreffende de comptabiliteit in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 7. De raden van administratie en de administrateurs van garnizoenen en hospitalen zijn verplichi tot overstorting bij de algemeene ontvangers van alk na 31 December 1873, gedane inhoudingen en van alle andere ontvangsten, alleen met uitzondering van de bij voorschot verstrekte gelden.

Artikel 5 is daarbij toepasselijk.

Art. 8. Op alle ordonnanciën of mandaten, waarbii voorschotten, bedoeld in art. 49 der wet van 23 April 1864 (Staatsblad No. 106) (') worden verleend, wordl het betrekkelijk artikel der begrooting aangeteekend

Voor voorschotten op bezoldiging worden aangeteekend het artikel, ten laste waarvan de bezoldiging komt, en het artikel, ten laste waarvan het niet in den loop van het jaar ingehoudene of terugbetaalde deel van het voorschot moet worden gebracht.

Art. 9. Van de na 31 December 1873 verleende voorschotten (gelden te goeder rekening), bedoeld in het tweede en vierde lid van art. 49 der wet van 23 April 1864 (Staatsblad No. 106), (') wordt artikelsgewijs rekening gedaan.

De gedane betalingen worden in die rekening als uitgaaf gebracht.

Het afgeven van ordonnanciën en mandaten voor uit het voorschot gedane betalingen vervalt.

In plaats daarvan komen nieuwe artikelsgewijze voorschotten tot aanvulling van den geldvoorraad.

Art. 10. (Bijblad Nos. 4873, 5300 en 6699, zie ook Bijblad No. 5167, sub II).

Van alle mandaten wordt een duplicaat gehouden,

(') Thans artikel 49 der Indische Comptabiliteitswet (Staatsblad 1917 No. 521).