is toegevoegd aan uw favorieten.

Het landgerecht-reglement of Het reglement op de strafvordering voor de landgerechten op Java en Madoera zoomede verschillende andere bepalingen betreffende de rechtspleging bij de landgerechten op Java en Madoera, zooals die luiden ingevolge de tot op heden daarin aangebrachte wijzigingen, met alphabetisch register

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 25. 1) Indien de rechter tot zijn vóórlichting deskundigen hoort, brengen deze ieder afzonderlijk hun gevoelen uit, na vooraf in handen van den rechter op de wijze hunner godsdienstige gezindheid of van hun landaard den eed of de belofte te hebben afgelegd dat zij dit naar hun beste weten zullen doen. (Rv. 162, 217; Sv. 36, l.R. 159, 181.)

2) De artikelen 9, derde lid, 10, 11, 12, 13, 15, 16, 17,20,21,22,23, 24,27, 29, 30 en 31 zijn, voor zooveel mogelijk, op deskundigen van toepassing.

Artikel 26. 1) De rechter kan, ook op vordering van den Fiscaal-Griffier of op verzoek van den beklaagde, diens gemachtigde of den verdediger, de processen-verbaal, verslagen en andere stukken voorlezen of door den Fiscaal-Griffier doen voorlezen.

2) Ten bezware van den beklaagde wordt op geen stukken acht geslagen dan wanneer en voor zoover zij zijn voorgelezen en hij in de gelegenheid is gesteld zijne op- of aanmerkingen daartegen in te brengen.

Artikel 27. In den loop van of na het getuigenverhoor vertoont de rechter den beklaagde of diens gemachtigde en, zoo noodig, den getuigen de voorwerpen, die als stukken van overtuiging dienen, en hoort hen daarover.

Artikel 28. 1) Indien uit het onderzoek ter terechtzitting omstandigheden bekend zijn geworden, welke volgens de wet tot verzwaring van straf aanleiding kunnen geven, maakt de rechter ambtshalve of op vordering van den Fiscaal-Griffier den beklaagde of diens gemachtigde daarop opmerkzaam en stelt (hij) hem in de gelegenheid zich daarover uit te laten. (Stb, 1917 No. 323 art. II, 140.)

2) Zoo noodig, stelt hij de behandeling der zaak uit ten einde nieuwe getuigen of deskundigen te hooren dan wel nadere bescheiden of stukken van overtuiging te doen voorbrengen.

3) Van een en ander geschiedt aanteekening in de rol van strafzaken.

4) De rechter mag geen acht slaan op de in het eerste lid bedoelde verzwarende omstandigheden, welke den beklaagde niet zijn vóórgehouden.

Artikel 29. 1) Wanneer de ter terechtzitting afgelegde verklaring van een getuige verdacht wordt valsch te zijn, vermaant de rechter den getuige ernstig de waarheid te zeggen en houdt (hij) hem de straffen voor, waaraan hij zich zou blootstellen ingeval van volharding in een onwaarachtige verklaring (W. v. S. 242.)

2) Indien de getuige volhardt in zijne van valschheid verdachte verklaring kan de rechter, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van den Fiscaal-Griffier dan wel op verzoek van den beklaagde, diens gemachtigde of den verdediger bevelen dat de getuige voorloopig in hechtenis gesteld worde.

3) In dat geval wordt terstond door den Fiscaal-Griffier opgemaakt en door dezen met den rechter onderteekend een proces-verbaal, bevattende het van valschheid verdachte gedeelte uit de verklaring van den getuige, met aanduiding van de gronden, waarop het vermoeden van valschheid berust. Daarna zendt de Fiscaal-Griffier de stukken aan de met de vervolging belaste autoriteit. (L. 1, 8; R. O. 54 v„ 62.)

4) Indien het belang der zaak zulks vordert, kan de rechter de voortzetting van het geding schorsen tot na afloop van het onderzoek tegen den getuige. (R. O. 116 octies.)