is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige fragmenten uit toestanden in Nederland en Insulinde, beschouwd uit een christelijk economisch standpunt en voorgelegd aan het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grond, het beoogde voordeel voor zich zelf, werd er niet geheel uitgelicht. Steeds werd in de pleisterkalk dier wetten het egoïsme van het moederland teruggevonden.

Wel heeft men begrepen geen recht te hebben uit de opiumregie geld te trekken, maar de opiumprijzen zijn zoo gesteld dat de schatkist er wel bij vaart. Tot het nemen van maatregelen ter geleidelijke intrekking van alle opiumverkoopplaatsen en opiumkitten en afwending van het opiumverbruik valt weinig of niets te bespeuren.

Neen, de oude boom moet langzaam worden afgezaagd en een nieuwe gsplant met wortels, rustend op het christelijk gevoel der koloniale mogendheid zelve. Zij moet de Christenplicht overbrengen op de geheele Inlandsche bevolking, daar al wat het Christendom verbiedt ondeugden, en wat het aanraadt deugden zijn.

Het christelijke behoeft men volstrekt niet onder stoelen of banken te steken en zij men indachtig aan het verschil tusschen Christen- en kerkelijke plicht, vooral, als de laatste plicht afwijkt van werkelijke Christenplicht.

God heeft gezegd: „Gaat dan henen, onderwijst al de volken", dus ook de Mohammedaansche Javanen. Deze kunnen tot het christelijke beginsel gebracht worden, daar God ons niet iets zal opgeven dat wij niet zouden kunnen volbrengen.

Men moet meer, wil men iemand overtuigen, vooral hem, die het Mohammedaansche geloof omhelst: men moet nl. hem meer als kind behandelen. Wil men een kind iets laten doen, dan doet men dat zelf voor en laat men hem zien en merken dat, wanneer hij dit doet, het in zijn eigen voordeel is.

Deze stelling wordt in Indië niet goed begrepen. Ten eerste is het voorbeeld niet goed.

De Christenen, of, nog beter gezegd, zij, die zich zoo noemen, geven geen goed voorbeeld. Het idee van vader tot zijn kind is zeer ironisch. Dronkenschap van Europeanen, ook ontucht door dezen bedreven, met zelfs kinderen uit den stam, die tot het christelijke geloof gebracht moet worden, zijn geen voorbeelden, waaruit het zielsverheffende, het gelukzalige, spreekt.

Alles is tegen hen. Is er iets gebeurd, waar de Christen aan debet is, de Inlander moet er meermalen voor boeten.

Op het halfbloed, geboren uit inboorlingen met Europeanen, wordt laag neergezien, eensdeels, omdat de vader het niet steeds